De 21 km naar Bellem

Mijn relaas begint enkele dagen voor de wedstrijd. Mijn trainingen gaan vlot maar een toptijd zal ik in Bellem niet halen. De conditie is er maar een lange afstand lopen gaat me als maar moeilijker af. Is het de leeftijd of speelt het gewicht mee. Daarom besluit ik om op dinsdag toch nog een lange duurloop te doen. Rustig langs de Schelde aan een tempo van 6’30” per kilometer met een lage hartslag. Ook meteen goed om wat vet te verbranden. Iets wat komende winter meer op het programma zal staan. Graag zou ik 2019 aanvangen onder de 75 kg. Ik verlaat de Schelde na een goede 13 kilometer en loop een straatje in richting startpunt. Ik kijk even naast mij om iets op een gevel te bekijken en stap iets te veel naar de kant van de baan. Gevolg: ik sla mijn linkerenkel om en voel meteen hoe laat het is. Godverdomme, nondedju, fuck, klote en tal van andere onfrisse uitdrukkingen komen in mij op. Daar gaat mijn halve marathon. Aarzelend loop ik verder richting mijn auto. Het gaat maar dat is normaal alles is warm gelopen en als je blijft bewegen blijft het gaan. Ik vrees enkel de rust er na. Thuis gekomen blijkt het mee te vallen. ’s Middags hebben we een uitstapje gepland en de rustperiodes op een terrasje zijn welkom. Mankend geniet ik van het zalige herfstzonnetje ook al hangen er donderwolken boven mijn enkel.

Een nachtje slapen en wat schietgebedjes verder geven me hoop. De last valt mee maar lopen zal de komende dagen niet lukken. Ik ga voor actieve rust door wat te fietsen, iets wat ik voor mijn werk veel moet doen. En ijs afwisselend met Algipan. Wat opzoekwerk op het internet leert me dat het aan gewezen is om de enkel in te tapen mocht ik zondag toch willen lopen. Youtube checken en ergens sporttape aanschaffen.

Op vrijdag is de enkel al veel beter. ik voel het nog maar pijn kan je het niet noemen. Een mtb tochtje lijkt me aangewezen om alles los te houden en de actieve rust te bewerkstelligen. Zondag zal het lukken, ijs leggen en intapen en die 21 km moeten lukken.

Zaterdag wordt een rustdag met het gevolg dat de pijn lichtjes terug komt. Oei! Ook de weersvoorspellingen zijn niet goed. Enkel de wind gaat in ons voordeel spelen de eerste 13 kilometer.

Op zondagochtend om 5 uur wordt ik wakker van de regen die met bakken uit de lucht valt. Ik probeer nog wat te slapen en trek me er nog niet veel van aan. De start is nog meer dan 8 uur verwijderd. Het zal wel op houden.

En inderdaad, het wordt beter en zelfs de zon is in de middag van de partij. Alles verloopt prima. De enkel blijft een teer punt en ik tape hem in zoals ik het op Youtube zag. Het geeft steun en zal me toch wat mentale zekerheid geven om de finish te halen.

TTA is goed vertegenwoordigd. Met Pieter, Edwin, Kurt, Daniël en ikzelf zijn we 5 man sterk. Britt loopt in Bellem de 8 km.

Stipt om 13u30 starten we richting de meet. 21 km langs de vaart grotendeels. De wind in de rug en het zonnetje er af en toe bij. Heerlijk loopweer.
Ik start rustig aan 5’45” per kilometer. Eindtijd schat ik op 2u10′, maar hoop op minder. Na 5 km merk ik dat ik op reserve loop en besluit om te versnellen. Misschien kan ik zo onder de 2 uur geraken. Het loopt goed en ik kan de kilometers lopen tussen 5’30” en 5’45”. Niet te gek doen en ik voel nog geen afzwakking opkomen. Na 14 km draait het en de wind komt op kop, ook de eerste brug krijgen we voor de voeten. Het tempo zakt iets maar toch niet zo erg als ik vreesde. Er komt nog een helling en die laat me samen met de wind beseffen dat het tempo naar beneden moet. Doorbijten, het gaat nu zo goed. Toch voel ik de krachten weg vloeien. Mijn linkerbeen nijgt naar krampen, gelukkig geen last van de voet. Mijn tape-kunsten zijn gelukt. Ik zet door en zie gelukkig dat het parcours terug de vertrouwde laatste 2 km volgt. Aan km 18 klok in 1u43. Wat betekent dat ik de laatste drie zeker aan minder dan 5’40” moet lopen. Dat heb ik niet meer in mijn lijf. Ik berust er me in en probeer onder de 6′ te blijven maar ook dat is moeilijk. Herkenbaar en frustrerend, die laatste loodjes lappen het me telkens. Waar ligt het aan? te weinig gedronken, te weinig getraind, te vlug gestart? Ik breek er mijn hoofd niet over. Lichtjes teleurgesteld loop ik de finish binnen. Het zat er in, 2 uur is haalbaar. Ik het voorjaar zoek ik een nieuwe uitdaging om de muur van 120 minuten te slopen.

Maandagochtend sta ik op mijn stijve bovenbenen en de dag er na heb ik er nog last van. Fietsen om het melkzuur weg te krijgen is de opdracht de komende dagen. Eerste loopje staat woensdag gepland. Een rustig duurloopje, kort maar al genietend want ze beloven een zonnetje. Wel fris maar toch zalig om in te lopen. En dat is lopen toch: Zalig!

Advertenties

Triatlonseizoen 2018

We zijn al half november en mijn blog is nog redelijk kaal. Gelukkig mijn wedstrijdblad niet. Na de crossduatlon van Westrozebeke volgde in februari de winterduatlon van Hofstade. Een mooie wedstrijd met een technisch parcours waar ik best tevreden over was. Eentje om in 2019 opnieuw te doen.

Maart werd de maand voor de eerste triatlon. Zwemmen in het Wielingenbad en fietsen en lopen in De Haan. Het fietsen ging goed en ook over het lopen was ik dik tevreden. 8,6 km aan iets meer dan 11 km/u was lang geleden.

April, geen wedstrijd maar wel een uitgestippelde fietstocht. De Ettix-classic langs de mooie Vlaamse Ardennen. Al weer een aanrader en als het lukt ben ik er in 2019 er ook weer bij. 85 km genieten, vroeg gestart en genoten van de stilte voor de drukte op het parcours.

Mei werd een terugval, weinig kilometers en geen wedstrijd. Ook al was de planning om elke maand iets te doen. Op naar juni met de Kallemoeietriatlon in het vooruitzicht.

Juni, vaderdagmaand en dus ook tijd voor het clubkampioenschap triatlon in Beernem. De weersomstandigheden zijn prima en zo zou het de komende weken blijven. Het zwemmen ging prima ondanks de weinige uurtjes die ik aan deze sport besteedde. Het fietsen ging heel goed, een gemiddelde van bijna 32 is sterk voor mij. Maar het lopen ging minder ondanks dat het goed aanvoelde viel de tijd tegen. Toch terug een wedstrijdje om op de lijst te zetten.

Juli, de warmte stijgt. Een hete zomer en die bepaalde de trainingen. Maar op de 1ste dag van de maand begeven we ons naar Kanne voor de Cave-man triatlon. Eentje die ik vorig jaar voor de eerste keer plande en me beviel om er terug bij te zijn. Het fietsparcours is afwisselend en schitterend. Pittig door drie maar de Slingerberg op te moeten maar ook het glooiend parcours weegt door. Lopen door de Mergelgrot is iets speciaals ook al is het een zeer klein stukje. Geen toptijd maar tevreden over mijn prestatie.

Augustus is nog warmer en het lopen is zeer miniem waardoor mijn plan om in september de halve van Damme te doen smelt als de te vele ijsjes die ik die zomer eet. De kilootjes komen er bij als zoete broodjes en ik weet al wat me te doen zal staan in het najaar. Gewicht verliezen en de conditie terug op peil krijgen.

September is de maand om de basis te leggen voor het najaar. De komende weken heb ik drie wedstrijden gepland en daar moet voor getraind worden. Het fietsen is genieten, ik heb een parcours ontdekt die uitgestippeld is door een wielerclub uit de buurt en me verschillende keren laat genieten van 75 km langs rustige licht glooiende wegen. Naar het eind van de maand wordt het tijd om de mountainbike van stal te halen. Eind oktober staat de jaarlijkse afspraak in de Lembeekse bossen op de kalender. Het lopen lukt redelijk maar lange afstanden worden zwaar. Met de halve marathon op 11/11 gepland zou dit toch beter moeten.

Oktober de maand van Hawaii en inspiratie om harder te werken om toch op mijn niveau te blijven. Het lopen gaat lichtjes beter en de racefiets kent zijn laatste ritjes. De bosduatlon in Lembeke is een meevaller. Lopen gaat goed, ook het fietsgevoel is ok. Ook al is de eindtijd ietsje hoger dan de vorige jaren het gevoel zit goed. Op naar de halve marathon. En eind november doen we als afsluiter van 2018 de winterduatlon van Wommelgem. Maar daarover vertel ik in mijn volgende blog.

Crossduatlon Westrozebeke

Met een klik was het beslist, eens een wedstrijdje mee pikken aan het begin van het jaar. Misschien wordt het wel een doel om elke maand ééntje af te werken. De kalender er eens bij nemen voor februari dan.

Westrozebeke ligt in de Westhoek,  in een omgeving waar 100 jaar geleden een eind kwam aan verschrikkelijke gebeurtenissen. In de rit er naar toe wordt je geconfronteerd met kerkhoven waar tientallen, misschien wel honderdtallen graven stilletjes staan.Kerkhof Rozebeke Iets waar je toch eventjes stil van wordt. Dat we hier kunnen gaan ravotten in de modder hebben we te danken aan hen. Soms moet je met je neus op de feiten gedrukt worden om te beseffen hoe goed we het hebben. Zeker als de gruwel elders ter wereld blijft voortduren.

Aangekomen aan het wedstrijdgebeuren stelde ik vast dat de zon zich niet zo veel zou laten zien als het weerbericht beloofde. En de wind blies ook al geen warme bries. Aanmelden, nummer ophalen en nog een colaatje drinken. Mijn goede vriend Roger was ook mee en ik had al wat medelijden met hem. Zeker twee uurtjes in de koude op een oude vijftiger wachten. Ook een prestatie.

Aan de start hoorde ik van alles. Het parcours ligt er goed bij, het ligt zwaar of ’t is te doen. Afwachten en zelf ontdekken dan maar. Ik had geen parcoursverkenning gedaan enkel het blokje van 1,3 km gelopen om op te warmen. Kurt meldde zich aan enkel in een tri-pakje, ik en ik niet alleen kreeg het al koud van het te zien alleen. Ik was redelijk ingepakt, iets wat ik me toch later wat beklaagde.

Knal stipt om 14u schieten we weg, toch de atleten op de eerste rij. Achteraan gaat het wat gezapig, we zijn hier voor de fun. En ook het begin van het lopen is al meteen vals plat. Drie rondjes later en al 4 km op de teller. Ondertussen maakte ik me de bedenking of ik niet “over-dressed” was. Later op de fiets viel het uiteindelijk nog mee.

Hopla, het stukje vals plat gaat beter met de fiets en enkele straten verder duiken we het veld in. Mooie wegeltjes waar je nog snelheid haalt. Zo gaan er toch enkele stroken onder de wielen. Dan draaien we terug de weg op en draaien ook tegen de wind in. Daar bovenop is het een stukje klimmen. Pff efkes op adem komen. Terug het veld in om het bosje te bereiken waar het technische gedeelte ligt van het fietsparcours. Vettig en wat steil ligt het er bij. De fiets af en te voet naar boven, afdalen is een hachelijke onderneming. Ook omdat ik me wat nerveus maak voor de leiders die dan al in peletonnetjes  voorbij willen. Wat verderop is een lint volledig los en dreigt in de wielen te draaien. Ik stop en neem het lint volledig samen om het aan een boom te bevestigen. Weg gevaar!

Het bos uit en terug een stukje vals plat om wat verder op het veld in te duiken. De regen heeft zijn best gedaan om het om te toveren in een modderpoel. WestrozebekeVan de fiets en ploeterend door de brij. Bijna even een schoen kwijt en waar het kan ga ik toch de fiets op. Maar die stroken zijn zeldzaam. Het ploeteren vergt zijn krachten en eens terug de bewoonbare wereld in voel ik het nog meer. Ik moet echt op adem komen en raak maar traag vooruit. Nog zo’n twee rondjes? Ik probeer om alles uit mijn lijf te halen de volgende 14 kilometer. Het laatste rondje is een verademing omdat ik dan niet meer gedubbeld kan worden. krachten verdelen en nog wat overhouden voor de laatste drie looprondjes.

Daar begin ik bijna al sloffend aan maar kan toch doorzetten. Dat ik achteraan zit kan me niet veel deren. Ik heb terug een wedstrijd gedaan en ondanks de zwaarte toch genoten. Weer een ervaring rijker.

Na de finish niet te lang treuzelen en de auto in om huiswaarts te keren. Het etentje vanavond gaat me smaken en wiegen gaan ze me ook niet moeten doen.

Van Deinze naar Bellem

Op 11 november staat de halve marathon op het programma. Dan organiseert JC Aalter een loopwedstrijd langs het kanaal. Met de bus wordt je schoolreis-gewijs naar Deinze gebracht. Daar heb je de tijd om je op te warmen en om stipt 13u30 mag je terug naar Bellem. Maar dan op eigen krachten. 21 kilometer die eigenlijk een beetje ééntonig zijn maar toch komen er elk jaar een pak deelnemers aan de start. Dit jaar meer dan 400.

Mijn voorbereiding verliep redelijk goed. Mijn basisconditie is goed en drie weken terug had ik al eens als test ietsje meer gelopen. Dus de finish halen zat er zeker in. En als het binnen de twee uur zou zijn dan was het best ok. Nog eens een intervalleke op de maandag er voor en een herstelloopje op woensdag en we zijn er klaar voor. Of nee, voelde ik daar iets aan mijn knie? Verd… het zal toch niet waar zijn? Wat zalf smeren en hopen op het beste.

Zaterdag 11 november, regen en grijs maar aan de start is het droog en dat zal het zeker twee uur blijven. Ik doe mijn opwarming apart in het domein De Brielmeersen. Velen lopen rondjes op de atletiekpiste maar ik voel me daar wat onrustig bij. Op de bus hoorde ik allerlei getallen. “12,7” voor mij, “oei dat is nog redelijk” kwam er nog achter en 4’17” achter mij. En dat op een marathon. Straffe gasten. Ik had de uitnodiging voor 1u45 te lopen ook al afgewimpeld. Twee jaar terug haalde ik 1u48 net als het jaar er voor. Vorig jaar deed ik er 5 minuten bij en dat geeft me nu 7 minuten extra om binnen de 2 uur te finishen. Dat zal al best goed zijn.

Opwarmen en toch maar het vestje uit. De gordel om met twee drinkflesjes en drie gelletjes. Laat de start maar komen. En die kwam er. Onverwachts maar toch verlossend. Ik had me voorgenomen om rustig te starten en de tweede helft iets rapper te lopen. Een negatieve split noemen ze dat.

De eerste kilometer loop je in de massa en dat kan je verleiden om te rap te lopen. Maar ik kon me beheersen. Niettemin klokte ik 5’30” na 1000 meter. En makkelijk zelfs. Ok, dan houden we ons daar aan en zien wel. Wat verderop zie ik twee dames zij aan zij lopen. De ene zegt: “Ga maar” waarop de andere, “Anders wil ik wel bij u blijven”. “Nee geen probleem ik heb mijn tempo”, hoor ik nog. Ietsje verderop blijkt haar tempo het zelfde te zijn als het mijne en ben ik plots de “haas” voor een dame in het roze. Nooit gedacht maar het streelt mijn ego. Ik kan het tempo mooi aanhouden en check regelmatig of ze nog volgt. Elke kilometer trilt de Polar V800 en met soms ietsje meer dan 5’30” naderen we Bellem. De Lady in Pink volgt nog steeds. Meestal halen we andere lopers in, iets wat de moraal op pept. Na 14 kilometer gaan we een brug over, twee derde zit er op en nu rest nog een stukje. En plots is ze weg. Oei en ik was al wat vertraagd. Niet voor de volgster maar voor mezelf. De negatieve split zat er niet in.

Mijn idee was om mijn innerlijke woede van de gebeurtenissen van de laatste maanden boven te halen om mij af te reageren en het om te zetten in snelheid. Maar dat lukte niet, ik had het al eens op training geprobeerd maar het lukte niet. Ik stak het toen door de opwekkende muziek in mijn oren. Maar blijkbaar kan ik het niet. Geen turbo die aanschoot op woede maar eerder teleurstelling die me geen centimeter rapper deed lopen. Gelukkig ook niet trager. Als ik al trager liep dan was het gewoon omdat het niet rapper ging. Maar ik klaag niet, als ik onder de 6 minuten per kilometer kan blijven lopen dan is twee uur zeker haalbaar. Al droomde ik in het begin van 1u56.

De laatste twee kilometer zijn de zwaarste en ook nu heb ik het mentaal lastiger dan fysiek. Ik zie geen eind van een straat en wind me innerlijk zelfs een beetje op. Twee dames die ik in haalde zetten een tandje bij en steken me nog voorbij. Eén er van heeft het lastig en ik probeer ze nog voor te blijven. Maar de gentlemen in mij wint het van het competitiebeest en laat ze voor mij finishen. 1u58’44” is mijn eindtijd en ik ben tevreden.

Aan de auto wissel ik van schoenen en er schiet plots een kramp in de rechterkuit. Amai dat kan aankomen. Ja aankomen dat was de bedoeling. 🙂

Bosduatlon Lembeke 2017

19 organisaties en 18 deelnames. Ik denk dat ik één van de weinige ben met zo veel deelnames. In ieder geval ga ik door zo lang het lichaam het toe laat. 20 en verder tot er iets zegt: “Stop, het is genoeg geweest!” Maar zo ver zijn we nog niet. Ook al voel ik me soms niet altijd 100% ik weet dat ik het nog kan. De snelheden die ik de laatste tijd liep voorspelden niet veel goeds maar wonder boven wonder kon ik toch rap lopen. Maar wat heet rap. 12 km/u is voor mij rap en voor de eerste zal dit de opwarmsnelheid zijn.

Frisjes was het minste wat je kan zeggen, de temperaturen waren abnormaal hoog en we waren schandalig verwend. Deze week liep ik nog met enkel een korte broek en korte mouwtjes. Maar daar was verandering in gekomen. Rond de 12° en wat wind. Ideaal weer voor toch een najaarswedstrijdje.

110 deelnemers aan de start en vier TTA-ers. Pieter, Kurt, Sabine en ik zelf. Ook in die volgorde gingen we over de finishlijn.

De start is zoals gewoonlijk snel en ook ik ging goed vooruit. Vorige jaren werd ik in de achterhoede zelfs nog voorbij gestoken door tragere starters maar nu kon ik er enkele bijbenen. Een mentale opsteker en ook het feit dat mijn snelheid er nog was.

Twee rondjes en we konden de fiets op. Op de Polar V800 zag ik geen tijd en geen hartslag en hield het zo. Snelheid en afstand waren voldoende. Zo kon ik mezelf niet opjagen en bleef het een verassing aan het einde van de strijd.

Wat meedraaien met twee andere atleten en zo kwamen we al in de tweede van de drie te rijden rondjes. Dat is de meest nerveuze, je bent al onder stoom maar wordt voorbijgestoken (gedubbeld is zo een lelijke term) door de koplopers. Om mezelf en de snelle mannen het makkelijk te maken wijk ik uit om een peletonnetje van  8 man voorbij te laten. Een merci van de laatste van de groep doet deugd. Die laatste wint uiteindelijk de wedstrijd. Aan het eind van de tweede ronde komt er nog een groepje en ik wijk bijna de verkeerde kant uit.

Oef, de wisselzone voorbij en het laatste “kalme” rondje waar ik in mijn overmoed toch ergens bijna het decor in ga. Mijn volger (Emiel) vraagt meteen of alles ok is. Mooi is de bezorgdheid van hem. Op naar de laatste wissel. Maar enkele meters voor ik gedaan heb met fietsen zie ik iemand die blijkbaar gevallen is. Oei, hopelijk zonder erg.

Dat loopt vlot en Emiel loopt naast me. Emiel is ondanks zijn naam laat vermoeden een jonge kerel die ik achter mij kan laten.
Terug loop ik redelijk vlot de laatste anderhalve kilometer. Voor de aankomst ligt de gevallen deelnemer er nog steeds. Nu op zijn rug en hij wordt beademd en zijn borstkas gaat redelijk op en neer. Verdomme dat ziet er niet goed uit. Later blijkt dat het iets aan het hart was maar hij was bij bewustzijn toen hij naar het hospitaal werd gebracht. Laat ons hopen op een goede afloop. Toch iets wat me weer even doet stil staan bij het feit dat een medische check-up geen overbodige luxe is.

Terug een wedstrijdje bij op mijn toch al lange erelijst. Op naar 11 november voor de halve marathon in Aalter. Vorig jaar schreef ik hier dat 1u48 mogelijk moet zijn maar met de huidige conditie zal het eerder rond de 2 uur draaien. Maar misschien doe ik ook op 1 november al een halve marathon in Berlare. We zie nog wel.

Uitgeteld!

2017 moest een jaar worden van de halve . De halve van Damme stond in mijn planning met stip aangeduid om er een lap op te geven. Ondanks de werken in het zomerverlof zou het wel goed komen. Maar de knie sputterde wat tegen in juni en juli. Dus kwam de relatieve rust van pas. Maakte ik me zelf wat wijs of hoopte ik op een wonder. Vooral dat laatste vrees ik.

Maar als of het nog niet erg genoeg was kon er nog wat extra tegenwerking bij. Iets wat ik nooit had durven denken gebeurde. Twee mensen die heel diep in mijn hart zaten gingen uit elkaar. Ik denk dat ik nog nooit zoveel verdriet in mijn leven gehad heb dan met deze situatie. De onmacht, het onbegrip en de teleurstelling namen al mijn energie weg. Werken lukte nog al was het maar om bezig te zijn. Sporten was niet aan de orde. Sporten betekent genieten en genieten was nu wel iets wat ik niet kon. Ik liet het niet toe. Ook al wist ik dat het helend kon zijn. Even het hoofd leeg maken, aan niets anders denken. Toch duurde het enkele weken eer ik de moed had om de loopschoenen aan te trekken. Maar helen deed het niet, sommige stukken liep ik met tranen in mijn ogen. Ook op de fiets had ik het moeilijk.

We zijn nu al een tijdje verder maar ik sta geen stap verder. De zin om te sporten is er wel. Op aanraden van de dokter heb ik door gezet. Met resultaat voor de conditie. Maar in het kopje gaat het nog steeds niet. Hoe kan je alles achter laten wanneer je alles hebt. Op deze en andere vragen vind ik maar geen antwoord. Onbegrip maar vooral verdriet om de persoon die het meest is gekwetst. 

De hoop blijft maar wordt elke dag kleiner. Tot dan blijf ik uitgeteld.

De Kallemoeietriatlon 2017

Wat vooraf ging….

Een winter die goed verliep, ik fietste regelmatig en ook het lopen vlotte goed. De duurlopen op laag tempo maar de lange afstanden verteerde ik prima. Toch lieten de jaren zich wat voelen maar daar stond ik niet te veel bij stil.

Eind maart was het tijd voor het jaarlijks fietsweekend van TTA. In de prachtige omgeving van Valkenburg ook gekend van de Amstel Gold race. Drie dagen om te fietsen en ook met een kleine zwemtraining en twee duurloopjes. Ik verteerde alles goed en was tevreden over mijn conditie. Tot enige tijd er na begon ik enkele kwaaltjes te voelen. Het begon met zware benen en die hielden me bezig dag en nacht. Soms wat meer en dan wat minder maar een lange duurloop kon ik niet meer aan. Fietsen was geen probleem en ik hield me daar dan hoofdzakelijk mee bezig. Het probleem sleepte aan en eens naar de dokter leek me aangewezen. Twee mogelijke oorzaken konden zijn: de leeftijd (daar verzet ik me ten stelligste tegen) of de last van mijn gebit. Voor dit laatste was een oplossing en na weken van uitstellen besliste ik om de tandarts te bellen. Een geluk, de man die mijn huisarts aanraadde was verhuisd en uitgebreid. Zijn zoon en schoondochter konden de enorme vraag aanvullen en ik was gered. Na een onderzoek wachtte me 5 behandelingen. Twee maal het verwijderen van een tand, tandplak verwijderen en twee maal een gaatje vullen. Vooral de tandplak was de mogelijke oorzaak van het vermoeid gevoel. Mijn hoop steeg in het toch nog volbrengen van enkele wedstrijden.

Eind mei begint de rug op te spelen en de knieën geven ook enkele minder goede signalen. Verd… nu niet, terug naar de dokter en na wat rust en medicatie zou alles moeten beteren. Beernem nadert wel hé!

4 juni, na lang uitstellen komt het er eindelijk van, de rit van de voorzitter. Mijn fietstrainingen verlopen goed, mijn loopjes beperk ik tot maximum 8 km per keer. De knieën protesteren nog maar ik zoek zachte ondergrond om ze te sparen. Het fietstochtje verloopt prima, de enkele klimmetjes gaan vlot en de rush terug naar Merelbeke onder bewind van Kurt verteer ik wonderwel goed. Weliswaar wat uit de wind gezet maar toch is het meer rijden en niet verkrampt aanklampen. Het zelfvertrouwen stijgt.

Op donderdag doe ik de test van het lopen. Tien kilometer aan een rustig tempo en zonder last aan de knieën. Ook de dag er na geen last. Soms voel ik wel iets naar gelang ik mijn knie draai of met mijn been schud. Maar ik zie zondag rooskleurige tegemoet.

D day…

Clubkampioenschappen Triatlon voor TTA in Beernem. Waar ik al zeker van ben is de laatste TTA-er van de 7 deelnemende leden. Maar dat is va geen belang voor mij. Wat telt is de wedstrijd kunnen uit doen en daarna kijken hoe het lichaam reageert en hersteld.
Er wordt een zwoele dag voorspelt en het is nog juist ook. Toch komt er een lichte wind op een uurtje voor de start. Niet aan denken, we gaan proberen te genieten en ons niet op jagen. No stress! Hoewel de zwemstart is toch altijd een stressmomentje. En waarom eigenlijk, eens in het water glijdt het toch zo van me af. Die stress speelde al thuis op toen ik vast stelde dat de fiets een lekke achterband had. Nog tijd om het te vervangen maar toch een ambetant momentje.
Een momentje waar ik in het water niet meer aan denk. Ik kan vlot mijn ritme houden en zwem bewust wat verder van de kant om zo geen last te hebben van andere zwemmers. Mijn ritueel tijdens het zwemmen is de zwemslagen tellen en gokken na hoeveel tellen ik er zou kunnen zijn. Blijkbaar haal ik meer dan 1 meter per slag want aan 1000 tel geraak ik niet. Ik hijs me uit het water en wandel naar de wisselzone. De warmte valt uit de lucht en blijkbaar ook op de bidons. De eerste slokken zijn warm en verteren niet al te goed. Toch moet ik drinken en probeer af en toe kleine slokjes. Gelukkig door de rijwind koelt het een beetje en ondervind ik er geen last van. Er rijden me constant fietsers voorbij ook omdat er al drie waves voor mij vertrokken zijn en die zitten al een rondje verder. Ook bij de trio’s na ons zitten stevige fietsers en die geven me niet bepaald een goed gevoel. Ga ik nu niemand inhalen? Drie rondjes rondom Beernem en ik mag terug de wisselzone in. Mijn rug speelt al een tijdje op en ik moet af en toe eens rekken om het draaglijk te houden. Hopelijk geeft het geen hinder tijdens het lopen.
Fiets af, loopschoenen aan, petje op, nummer draaien en drankgordel aan.
Twee maal vijf kilometer die ik binnen het uur wil halen. De eerste bevoorrading is er vlug en doet deugd, ook de sproeiers en sponsen onderweg zijn welkom. Helaas is ook het drinken in mijn gordel veel te warm. Eén slokje en ik beslis om de gordel dan maar af te geven aan Roger na de eerste loopronde. Geen snelle looptijd maar ik kan er toch enkele inhalen. Wat toch een opkikkertje geeft. Na 2u48 loop ik over de meet. Niet wat ik vorige jaren liep maar toch een tevreden en gerust gevoel. Zeker naar volgende week toe. De tweede en meteen al laatste wedstrijd van het voorseizoen.
De Caveman-triatlon die me omwille van zijn apart parcours aansprak. Tijdens het fietsen een klimmetje en het lopen gaat een deel in de grotten. Iets speciaal om te doen. Ik kijk er al naar uit. Hopelijk mijn knieën ook!