Soms gaat het eens mis.

Plaats van onheil. 😉

Soms kan het eens tegen vallen tijdens een training. Het gaat niet zoals je wil of je bent niet goed gerecupereerd van je laatste loop-of fietsuitstapje. Maar dat is van voorbijgaande aard.

Tenzij je tegenslag hebt door een val. Zo ervaar ik het toch. Pech, dikke pech. Mijn conditie ging er echt goed op vooruit. De enkel liet zich voelen maar ook niet meer dan dat, pijn was er niet en ik herstelde ook goed van de trainingen. Ook al lastte ik eens een iets langere afstand in. En dat voelde ik op de fiets. Naar de tijd van het jaar werd het de moment om de koersfiets in te ruilen voor de mtb. En ik had er zin in. Het was al een tijdje geleden en ik had wat last om me het juiste parcours van de Bloso in Destelbergen voor de geest te halen. Dus onderging ik het een beetje en werd soms verrast. Ik verteerde de paadjes goed en lastte nog een omweg in om zo aan de 50 kilometer te geraken.

Door kabelwerken moest ik een zwieper maken tussen de bomen om een zandwegel in te slaan. Helaas was er een boomwortel die ietsje hoger zat en waardoor mijn pedaal mijn fiets afremde en me doodleuk van mijn zadel katapulteerde. Met een smak viel ik op de borstkas met mijn linkerarm onder mij. Ik zat vlug recht op en lachtte nog met mezelf. Vlug de fiets op en naar huis. Wat lichte pijn van de val, meer voelde ik niet.

Helaas hoe later op de dag begon de ribbenkast op te spelen. Dags nadien bleek dat de ribpijn alleen maar toe nam. Slapen lukte enkel op de rechterzijde. Hoesten, lachen en plotse bewegingen voelden onaangenaam aan.

Toch maar op maandag langs de dokter en foto’s laten nemen. Verdict: de zevende rib is gebroken maar gelukkig niet verschoven. Een mooie breuk zoals gezegd wordt. Maar het gevoel is hetzelfde. Nu een week later is er weinig vebetering. Even Googelen leerde me dat zo iets tijd nodig heeft. En net het nu zo een lekker weertje is om nog eens het bos op te zoeken.

Oktober, new start in running

September ging goed. Iets minder gefietst dan gehoopt maar daar had het mindere weer van de laatste septemberdagen mee te maken. Maar dat werd gecompenseersd door lopen. Met gelukkig weinig last in de enkel en de hiel. Het liep zo lekker dat ik oktober gestart ben met een eerste keer een langere afstand. Daar had ik al lang zin in maar durfde mij er nog niet meteen aan wagen uit schrik dat de enkel zou protesteren.

Maar vorige vrijdag viel mijn plan om de mountainbike uit de stal te halen letterlijk in het water vallen. Dan maar van de nood een deugd gemaakt en de loopschoenen aan getrokken. Het plan was 12 kilometer maar het ging lekker. Een gezapig tempo (vetverbranding ;-)) en ondanks de lichte regen was het genieten. Gaandeweg stippelde ik de route uit en kwam ik onvermijdelijk terug op de Schelde-dijk uit. Blijkbaar een weg die ik nooit beu wordt. Het zicht verandert voortdurend, zeker nu bij het wisselen van het seizoen. En zo kwam ik vlotjes aan 16 km, meer dan een jaar geleden dat ik een lange afstand liep. Kan al niet wachten tot de volgende.

En zo zijn we de herfst in gegaan. Normaal was het nu tijd voor de bosduatlon van Lembeke. Het zou de start worden voor mij van een periode van “rust” na mijn val vorig jaar. Helaas Covid-19 zette er een stokje voor. Dan maar alles op 2021 waar ik graag in Hofstade aan de start zou staan. Veel zal afhangen van hoe alles verloopt op gebied van het Corona virus. Voorlopig mogen we al blij zijn dat we nog buiten kunnen trainen zonder belemmeringen. En ook aan het lichamelijke. Graag zou ik nog een triatlonseizoen willen afwerken met misschien wel een halve aan het einde er van. Damme of Deinze spreken me wel aan. Maar voorlopig blijft het bij voorzichtig testen een aanvoelen hoe alles verder evolueert met de enkel. Daarnaast voel ik ook de jaartjes, nooit gedacht maar de leeftijd speelt nu toch een grote rol. De recuperatie heeft zijn tijd nodig en de snelheid is ook minder. Maar als het plezier hetzelfde blijft dan doe ik er met plezier de nodige trainingen voor.

De rest van 2020 zal nodig zijn om de basis te leggen. Uithouding en gewicht verliezen is waar nu de focus op ligt. Doel is onder de 75 kg geraken en vlot een halve marathon te kunnen lopen. Daarnaast gaan we wat genieten van de mtb-ritjes.

#september100%

Na een Coronazomer met een aanslepende enkelblessure heb ik het wel gehad. Hoe goed de lente op fietsgebied ook was toch was het niet voldoende om de Corona-kilootjes en de kilootjes van de maanden er voor weg te werken.

Na mijn succesdieet in 2014 werd ik het jaar er na overmoedig. Ik zou wel op gewicht blijven ondanks het vele zondigen en het uitblijven van de lange nuchterlopen. Fietsen was makkelijker en meer genieten. Bij het lopen geniet ik enkel na de inspanning. De deugddoende douche, de vermoeide benen en het opgeruimd kopje. Maar dat woog niet op tegen het fietsen. Je gedachten laten afdwalen naar andere oorden terwijl je benen de pedalen blijven rond draaien. Liefst langs de Schelde waar je enkel moet opletten voor wandelaars of overstekende konijntjes. De putjes weet je na het zoveelste ritje uit het blote hoofd liggen. Je fiets wijkt al uit voor je het goed en wel beseft dat er een hindernis is. En ook er na heb je vermoeide benen en smaakt dat trappistje toch zo goed.

Helaas bleef het niet bij één trappistje, hoe meer kilometers hoe groter de beloning. De honger er na werd ook groter en zo was ik terug op weg naar overgewicht. Nog geen alarmfase maar die naderde wel en sneller dan ik denk. Telkens is er dat voornemen om een levensstijl aan te nemen dat past bij mijn sportieve ambities.

Als er dan nog eens een ladder in het spel komt, een ladder die beslist om samen te klappen en meteen mijn sportieve ambities tot nul herleidt dan is het overgewicht te dicht bij. Enkele weken met een gips geeft je wel de tijd om plannen te maken, plannen om terug de kilometers te lopen, te fietsen. Tot de dokter je voornemens keldert met je er op te wijzen dat je slechts pas terug gaat kunnen lopen na de zomer. Dan maar alles op het fietsen. En dat lukte, tochtjes van vlot 100 km en meer. Geen topgemiddelden maar toch vlotjes op een ochtend de 120 km afleggen gaf me rust maar niet het gewenste effect op mijn gewicht. De kilometers moesten beloond worden, chocolaatje, trappistje, pakje frieten enzoverder. Laat maar komen ik fiets het er wel af. Niet dus.

Lopen heb ik geprobeerd en het ging, niet snel maar ik liep en dacht bij mezelf. Ja ik ben vertrokken. Maar de enkel dacht er anders over. Na een klusje in lockdown-tijd ging het niet meer. Geen nood geef het wat rust en het lukt wel. En ja het lukte, ik kon al terug iets langer lopen. Tot twee maal 5 km na elkaar. Met een pauze tussen en dan toch eens 10 na elkaar. En toch voelt de enkel nog niet 100%. De laatste dagen na lang stil zitten of bij het opstaan trekt de enkel tegen. Efkes geen looptochtjes en een nuchterloopje zou zeker niet lukken. Verdomme.

Morgen is het 1 september. Of ik terug met lopen begin weet ik nog niet. Met een steunverband misschien eens proberen. Maar de strijd tegen de kilootjes ga ik wel beginnen. Eén hulpmiddel is mijn uurwerk. Op mijn Polar V800 staat er een balkje die donker kleurt als ik beweeg. Een vol gekleurd balkje betekent 100% volbracht van mijn doel. Regelmatig haal ik dat maar soms ook niet. Bedoeling van “#september100%” is dus om 30 dagen na elkaar het balkje vol te krijgen. Fietsen, wandelen, lopen of gewoon bewegen zal me daarbij helpen. Een stap naar gewichtsverlies. Zodra ik terug deftig kan lopen volgt het zwaardere werk. Terug nuchterloopjes van 15 a 20 km. Die hebben mij het meeste geholpen.

O ja, naast die #september100% zal ook het trappistenverbruik moeten dalen.
Wish me luck. 😉

Terug op de loop

Na enkele weken loopstop ben ik er terug rustig aan begonnen. De linkerenkel houdt het uit. Kleine ongemakjes maar geen last na het lopen. Dus dat stemde mij vrolijk. Helaas stemde de rechterhiel me minder goed. In een ver loopverleden had ik al eens last van hielspoor. Maar met de juiste zooltjes en de overstap naar Hoka loopschoenen was dat verleden tijd. Maar helaas is het er terug. Het eerste loopje was volledig mis. Enkele dagen last deden me besluiten om dat loopgedoe nog wat uit te stellen. Maar nu ik terug met verlof was waagde ik me aan een zoveelste poging. Links (enkel) geen last, rechts (hiel) lichte last tijdens het lopen en de dag er na voel ik nog wel iets maar het blijft draaglijk.

Zou het kunnen dat mijn laatste paar loopschoenen toch niet meer zo een goede demping geven door een tijdje stil te staan? Ik hoop van niet.
Met afwisselend lopen en fietsen hoop ik de conditie op peil te houden en de Corona-kilootjes onder controle te houden. En die last aan de hiel nemen we er bij zo lang het draaglijk blijft.

Eén positief punt is dat ik op mijn looptrajecten nog geen mondmasker hoeft te dragen. Spaar ons daar van.

Iets te overmoedig

Overmoedig worden kan verkeerd uitlopen. Zo ervaarde ik het aan de lijve of liever gezegd aan de enkel. In mijn enthousiasme liep ik al wat meer dan goed voor me was en riskeerde ik me om de onverharde ondergrond te ruilen voor de gewone straatstenen. En alles ging goed. Ik liep de 8 kilometer vlot en al aan een tempo die hoger lag dan mijn eerste loopjes na mijn kwetsuur.

De dag er na voelde ik niets en dat gaf me hoop. Ondertussen in de eerste week van de lockdown was ik ook volop aan het klussen geslagen. Een nieuwe vloerbedekking in de badkamer, het terras afspuiten met de hoge drukreiniger en de kantjes knippen van ons gras. Daarbij dikwijls zat ik op de grond waarbij ik de enkel niet in de meest comfortabele positie had. En ja de dagen begonnen met een stijf gevoel als ik een tijdje in de zetel of op een stoel zat. Telkens ik terug in beweging kwam was het efkes manken en de juiste tred vinden om de enkel niet te voelen.

Tot daar de nieuwe start van mijn loopambities. Helaas maar eigenlijk een beetje mijn eigen schuld. Te overmoedig en te bruut gestart. Gelukkig kan ik nog terug vallen op de fiets. Het schitterend lenteweertje geeft een duwtje in de rug. Die is nodig want ik voel dat de conditie nog ver weg is.

Zondag laatstleden vertrok ik voor een ritje van 72 kilometer. Een ritje die ik ontdekt had door een organisatie van een plaatselijke wielerclub. En dank zij de pijltjes op het wegdek zo leerde kennen. Al twee jaar rij ik hem af en toe. Lichte hellingen en rustige wegen. Ondertussen ken ik de route uit mijn hoofd. Al goed want na twee jaar zijn vele aanduidingen op de baan niet meer zichtbaar. Hoewel er maar weinig wind stond voelde ik toch dat ik het moeilijk had telkens de wind niet in de rug zat. Een teken aan de wand dat de conditie nog ver weg is. Als het een lichtpuntje mag zijn was dan wel terug het feit dat ik niet bekaf was toen ik na bijna drie uur van mijn fiets kwam.

Het kan alleen maar beteren pep ik mezelf op. Gewoon alles op zijn gemakje laten lopen, allé fietsen dan toch.

Stay safe!

Vroeger dan verwacht!

Het was mijn kinesist die me voorstelde om tijdens de twee laatste sessies eens voorzichtig een 10-tal minuutjes te lopen op de loopband. Met schrik en de nodige voorzichtigheid begon ik er aan. Aan een tempo van 8 minuten per kilometer werd ik zo waar terug loper. Ik voelde het wel aan de enkel maar geen pijn, enkel een ambetant stekerig gevoel dat de ene keer meer en de andere keer minder aanwezig is. Ook tijdens het gewone stappen en bezig zijn. Dus niets om me ongerust over te maken.

Maar hoe zou het voelen de uren en de dag er na. Tot mijn grote tevredenheid voelde ik niets extra. Geen pijntje, geen kramp, gewoon het zelfde gevoel. Niet zo als de rechterenkel maar gewoon het gevoel van een enkel die aan het genezen is met de nog aanwezig gevoeligheden. Ik keek al uit naar de tweede loopsessie. Als die goed verloopt zit er misschien meer in.

En zo geschiedde, de tweede keer tien minuutjes op de loopband vielen even goed mee en zo was het evident dat er meer volgde. Nu niet meteen een lange training gaan doen op harde ondergrond drukte de kinesist me op het lopershart. Nee, zeker niet, ik had geen zin om terug te vallen op rust en weinig bewegen.

Zondag 1 maart, een ideale dag om mijn loopcarrière opnieuw op te starten. Naar het sportpark Rozebroeken waar een Finse piste ligt. Zachte ondergrond en met de Hoka One One aan de voeten is de demping verzekerd. Jammer maar de Finse piste ligt er niet zo Fins bij. Weinig boomschors, enkel een plat gelopen ondergrond die gelukkig voldoende vering geeft. Op sommige plaatsen moet ik even op de beton en dat voel ik wat meer maar het geeft geen last. De snelheid is totaal niet van belang, het lopen primeert. Het bevalt me zo erg dat ik er meteen een sessie van 5 kilometer van maak. Misschien net iets te veel als start maar ik geniet en aangezien de snelheid niet hoog is zal het wel geen kwaad kunnen. De hartslag is wel iets aan de hoge kant in vergelijking met het tempo maar dat zal alleen maar zakken naar verloop van tijd. Er na voel ik terug geen pijn of last. Ook maandagochtend sta ik op met het gewone gevoel in de enkel die ik de laatste tijd voel. Lichtjes tegen rekken maar geen pijn. Ik kan met volle hoop naar een volgend loopje uit kijken. Het weer zal dan wel moeten beteren.

Ik ben terug vertrokken, maar neem me zelf voor om het bij rustige loopjes te houden van maximum 5 kilometer en op een zachte ondergrond. Aan meer ga ik niet denken, wel hopen, maar ik weet zelf dat de herfst van 2020 maar pas de moment zal zijn om het tempo te kunnen opvoeren en aan wedstrijden te denken. Ik heb een jaartje in te halen.

Vier maanden later

Vier maanden later net voor het begin van mijn laatste week ziekteverlof. Inderdaad vier maanden ziekteverlof, hoewel verlof kan je het niet noemen, meer thuis gekluisterd zitten en beperkt zijn in alles wat je zou willen doen. Enkel de laatste weken kan ik me wat verplaatsen met de fiets. En wandelen begint nu ook te lukken, iets wat de komende tijd mijn manier zou moeten worden om de aangekomen kilootjes terug kwijt te geraken. Iets wat moeilijker zal worden dan wat het lijkt. Ik had al wat overgewicht en dat is enkel maar toe genomen. Als ik niet oplet zal dit nog toe nemen. Na zes weken gips ben ik terug wat mobieler geworden, kon terug auto rijden, met de fiets naar de bakker of voorzichtig te voet. En de start van drie maal per week naar de kiné. Langzaam, lees zeer langzaam beterde de linkervoet. Tot Kerstmis en dan voelde ik precies dat alles gelijk bleef, geen betering maar ook geen verslechtering. Gelukkig ging het begin 2020 terug beter. Op 16 januari op controle waar ik te horen kreeg dat ik op 3 februari terug aan het werk mag. Misschien halftijds opperde de dokter maar nee, laat me maar er volledig voor gaan. Tot daar het goede nieuws.

“Lopen zal nog wat moeten wachten” vroeg ik. “Ja wacht maar tot na de zomer” kreeg ik als een ijskoude douche te horen. Oei, terug een jaartje geen triatlons of duatlons. Damn, scheids, verdomme, klote en nog meer krachttermen schoten me te binnen.

Ondertussen heb ik het fietsen al lichtjes opgedreven, vooral omdat het uiteindelijk de beste remedie is om de enkel te ontzwellen. De oefeningen bij de kinesist vullen aan ter versteviging en stiekem droom ik er van om aan het eind van de lente dartel op een Finse piste mijn eerste looppasjes te kunnen zetten.

Anderhalve meter vrije val.

Zaterdag 28 september 2019

Zoals gewoonlijk sta ik rond 8 uur op, terwijl ik het dak zie van onze keuken bij het naar beneden gaan neem ik me voor om het spinnetje die bladeren en andere afval tegen houdt eens uit te kuisen. Morgen voorspellen ze veel regen en een goede afloop kan miserie verhinderen.

Op het toilet twijfel ik of ik eerst een nuchterloopje zou doen of het rustig houden na de dubbele training gisteren en morgen gaan voor een lange duurloop. Ik besluit het laatste en begin aan het ontbijt, de krant er bij en genieten. Ik ben zodanig aan het genieten dat ik mezelf moet aanporren om in actie te schieten. Het spinnetje vrij maken moet eerst gebeuren, daarna bekijken we nog wel wat we kunnen doen.

De ladder uitgehaald en open geplooid. Ik hoor de klikken en weet dat ze dan goed open geplooid is. Cathy loopt ondertussen ook buiten en ik zet de ladder tegen de gevel, klim er op en op de moment dat ik ongeveer anderhalve meter boven de grond ben hoor ik iets en besef dat de ladder samen vouwt. Plots lig ik op de grond en roep het uit van de pijn aan mijn linkerenkel. Hoewel ik niet direct recht kan staan moet ik toch blijven liggen. Door de pijn draait alles en ik wordt bijna bewusteloos. Cathy komt aangelopen en is lichtjes in paniek, ze ontfermt zich over mij en heeft het meteen door dat het ernstig is. Ondertussen voel ik aan mijn achterhoofd en bemerk dat er bloed aan mijn hand hangt. Gelukkig niet veel en het gaat slecht om een schram. Ondertussen heeft Cathy Roger gebeld. Roger onze buur (ietsje verderop) oud collega maar vooral mijn beste vriend.

Als Roger er is probeer ik recht te staan en hinkel op één been de keuken in. Zo voel ik meteen dat ik mijn linkerarm ook bezeerd heb. Gekneusd waarschijnlijk maar het beperkt mijn bewegingsvrijheid.
Terug voel ik de onpasselijkheid opkomen en doe er alles aan om bij bewustzijn te blijven. Naar de spoed is nu wel zeker. Roger haalt zijn wagen en ik schuif me zo goed als ik kan op de achterbank. We rijden naar Sint-Lucas en onderweg draai ik terug bijna weg.

Aangekomen aan het hospitaal neemt Roger een rolstoel en ik meld me aan. Ondertussen staat de enkel al behoorlijk dik. Gelukkig is het nog rustig op de spoedafdeling en mag ik direct door. De gewoonlijke vragen beantwoorden lukt nog maar ik snak toch naar een pijnstiller. Ik rol verder en mag me op een bedje leggen en krijg iets om de pijn te stillen en wordt er een ice-pack op mijn enkel gelegd. Een verpleegster met een leuk accentje zal me verder verzorgen terwijl ik moet wachten op de dokter. Wachten duurt lang maar ik kan toch nergens terecht. Met Roger er bij gaat het sneller voorbij. De dokter bekijkt mijn gezwollen enkel en wil eerst foto’s zien om te weten wat er juist geraakt is. Gebroken of niet is nu de grote vraag. Na nog wat wachten wordt ik naar de afdeling radiologie gebracht. Zowel van de linkerenkel als van de linkerschouder-bovenarm worden foto’s genomen. Terug naar de wachtplaats en wachten op de dokter. Ondertussen is het al voorbij 14u dus zal er wel wisseling van ploeg zijn. En zo blijkt want even later komt een andere dokteres me vertellen dat er niets gebroken is maar dat de ligamenten geraakt zijn. Of dit nu goed nieuws is weet ik niet in ieder geval moet het toch in de gips. De bovenarm is gekneusd en moet vanzelf genezen. Even later komt dan ook een verpleger die me een halve gips geeft en waarmee ik het moet doen. Ik krijg twee aangekochte krukken mee. Aan het onthaal maak ik een afspraak om de enkel verder te bekijken. Dinsdag mag ik al gaan. Oef, bijna 16u en ik kan naar huis. Ongeveer 5 uur na de val, en gans de tijd is Roger bij mij gebleven. Nog eens een bewijs wat voor een goede vriend hij wel is. Het thuisfront is al op de hoogte, via messenger zijn ze op de hoogte gehouden. Nog een ritje naar de apotheker en ik kan eindelijk naar huis. Cathy loopt zenuwachtig rond en heeft er al enkele bezoekjes aan het toilet op zitten. Daar zit ik dan, gekluisterd aan de zetel voor een tijdje al vast. De komende wedstrijden zie ik aan mijn neus voorbij gaan. De bosduatlon van Lembeke zal me niet voor de 20ste keer zien aan de start. Ook de halve marathon van Bellem op 11 november mag ik schrappen. De winterduatlon van Wommelgem op 24 november zou misschien nog kunnen, laat ons hopen.

Ook het geplande etentje vanavond zal niet voor mij zijn. Cathy gaat dan maar alleen met haar collega’s en echtgenoten gaan eten. Gelijk heeft ze want de komende weken zullen we met moeite buiten kunnen.

Het wordt aanpassen, op krukken door het huis valt nog mee ook al hindert de gekneusde linkerarm mij wat. In de zetel, het linkerbeen hoog en dat is het. Slapen doe ik voorlopig beneden in de zetel hoe oncomfortabel het ook is. ’s Nachts moet ik regelmatig op om te plassen dus trap op en af zou moeilijk zijn. Slapen lukt al is het beperkt maar de komende dagen zal ik tijd genoeg hebben om te rusten.

Aangezien autorijden er ook niet in zit moet er ook gekeken worden naar vervoer ’s morgens vroeg voor Cathy. Gelukkig is er een collega die haar kan oppikken en terug komt ze zoals gewoonlijk met de bus. De zondag verloopt rustig, ik kan naar het WK wielrennen kijken van begin tot einde en krijg meteen bezoek van een bezorgde zus en moeder. Ook via de telefoon krijg ik wat steun. Veel pijn heb ik niet maar de bewegingsvrijheid is zeer beperkt. Van de zetel naar het toilet en omgekeerd. Als mijn voet niet hoog ligt begint er een zeurend gevoel op te komen. Ik zal al blij zijn als ik dinsdag den 24ste naar de dokter kan en zal weten hoe het verder moet.

Geen triatlonseizoen in 2019

Een jaar zonder triatlon? Er is veel kans. Vandaag wijselijk niet deelgenomen aan de 111 van Deinze. De voorbereiding was niet optimaal en ook het warme weer deed me besluiten om het niet te wagen. Ik zou er wel geraakt zijn denk ik maar hoe. Op een bepaalde leeftijd begint men al eens aan zijn gezondheid te denken en wil men na een wedstrijd niet te veel last hebben om te kunnen blijven sporten. Want dat is uiteindelijk de bedoeling, sporten en er plezier aan beleven. Ik heb al verschillende sporters gekend die de stap gezet hebben naar het grote werk. En hoewel ze goed voorbereid waren hebben ze er na een punt gezet achter hun sportbezigheden. Nog wat occasioneel bewegen maar niet echt meer de drive die ze er voor hadden.

Bij mij is de drive er nog steeds, een week zonder eens gesport te hebben is een marteling. Ik wordt prikkelbaar en moet er op uit. Minstens drie keer een tijdje het zweet voelen opkomen en daarna dat zalig gevoel van je hebt het toch maar weer gedaan.

Er is nog een kleine kans op één triatlonwedstrijd. Mechelen of Ieper, vooral die laatste zegt me wel iets. Nog nooit mee gedaan in tegenstelling tot Mechelen. En het parcours is wat pittig door het stijgingsgehalte op sommige delen. Ook de plaats heeft een speciale betekenis. Iets waar ik de komende week de knoop ga voor doorhakken.

Maar het is niet omdat ik de 111 laten voorbij gaan heb dat ik niet gesport heb. Terug mijn favoriet rondje gereden. Een ritje van 75 kilometer die ik nu al een tijdje af en toe rij. Ik denk toch al een keer of 10 en telkens kan ik me laten verrassen door de wegeltjes die ik nog moet rijden. Zo van: O ja we zitten hier, nu volgt dat nog en dat ook nog, kortom zalig genieten en terug ontdekken van een zalig ritje. Er is ook een uitgestippelde rit van 105 die een lusje maakt bij de 75. Begin september staat het gepland op mijn vrijdags ritje. Ik kijk er al naar uit en ook naar eventueel toch nog een triatlon.

De 21 km naar Bellem

Mijn relaas begint enkele dagen voor de wedstrijd. Mijn trainingen gaan vlot maar een toptijd zal ik in Bellem niet halen. De conditie is er maar een lange afstand lopen gaat me als maar moeilijker af. Is het de leeftijd of speelt het gewicht mee. Daarom besluit ik om op dinsdag toch nog een lange duurloop te doen. Rustig langs de Schelde aan een tempo van 6’30” per kilometer met een lage hartslag. Ook meteen goed om wat vet te verbranden. Iets wat komende winter meer op het programma zal staan. Graag zou ik 2019 aanvangen onder de 75 kg. Ik verlaat de Schelde na een goede 13 kilometer en loop een straatje in richting startpunt. Ik kijk even naast mij om iets op een gevel te bekijken en stap iets te veel naar de kant van de baan. Gevolg: ik sla mijn linkerenkel om en voel meteen hoe laat het is. Godverdomme, nondedju, fuck, klote en tal van andere onfrisse uitdrukkingen komen in mij op. Daar gaat mijn halve marathon. Aarzelend loop ik verder richting mijn auto. Het gaat maar dat is normaal alles is warm gelopen en als je blijft bewegen blijft het gaan. Ik vrees enkel de rust er na. Thuis gekomen blijkt het mee te vallen. ’s Middags hebben we een uitstapje gepland en de rustperiodes op een terrasje zijn welkom. Mankend geniet ik van het zalige herfstzonnetje ook al hangen er donderwolken boven mijn enkel.

Een nachtje slapen en wat schietgebedjes verder geven me hoop. De last valt mee maar lopen zal de komende dagen niet lukken. Ik ga voor actieve rust door wat te fietsen, iets wat ik voor mijn werk veel moet doen. En ijs afwisselend met Algipan. Wat opzoekwerk op het internet leert me dat het aan gewezen is om de enkel in te tapen mocht ik zondag toch willen lopen. Youtube checken en ergens sporttape aanschaffen.

Op vrijdag is de enkel al veel beter. ik voel het nog maar pijn kan je het niet noemen. Een mtb tochtje lijkt me aangewezen om alles los te houden en de actieve rust te bewerkstelligen. Zondag zal het lukken, ijs leggen en intapen en die 21 km moeten lukken.

Zaterdag wordt een rustdag met het gevolg dat de pijn lichtjes terug komt. Oei! Ook de weersvoorspellingen zijn niet goed. Enkel de wind gaat in ons voordeel spelen de eerste 13 kilometer.

Op zondagochtend om 5 uur wordt ik wakker van de regen die met bakken uit de lucht valt. Ik probeer nog wat te slapen en trek me er nog niet veel van aan. De start is nog meer dan 8 uur verwijderd. Het zal wel op houden.

En inderdaad, het wordt beter en zelfs de zon is in de middag van de partij. Alles verloopt prima. De enkel blijft een teer punt en ik tape hem in zoals ik het op Youtube zag. Het geeft steun en zal me toch wat mentale zekerheid geven om de finish te halen.

TTA is goed vertegenwoordigd. Met Pieter, Edwin, Kurt, Daniël en ikzelf zijn we 5 man sterk. Britt loopt in Bellem de 8 km.

Stipt om 13u30 starten we richting de meet. 21 km langs de vaart grotendeels. De wind in de rug en het zonnetje er af en toe bij. Heerlijk loopweer.
Ik start rustig aan 5’45” per kilometer. Eindtijd schat ik op 2u10′, maar hoop op minder. Na 5 km merk ik dat ik op reserve loop en besluit om te versnellen. Misschien kan ik zo onder de 2 uur geraken. Het loopt goed en ik kan de kilometers lopen tussen 5’30” en 5’45”. Niet te gek doen en ik voel nog geen afzwakking opkomen. Na 14 km draait het en de wind komt op kop, ook de eerste brug krijgen we voor de voeten. Het tempo zakt iets maar toch niet zo erg als ik vreesde. Er komt nog een helling en die laat me samen met de wind beseffen dat het tempo naar beneden moet. Doorbijten, het gaat nu zo goed. Toch voel ik de krachten weg vloeien. Mijn linkerbeen nijgt naar krampen, gelukkig geen last van de voet. Mijn tape-kunsten zijn gelukt. Ik zet door en zie gelukkig dat het parcours terug de vertrouwde laatste 2 km volgt. Aan km 18 klok in 1u43. Wat betekent dat ik de laatste drie zeker aan minder dan 5’40” moet lopen. Dat heb ik niet meer in mijn lijf. Ik berust er me in en probeer onder de 6′ te blijven maar ook dat is moeilijk. Herkenbaar en frustrerend, die laatste loodjes lappen het me telkens. Waar ligt het aan? te weinig gedronken, te weinig getraind, te vlug gestart? Ik breek er mijn hoofd niet over. Lichtjes teleurgesteld loop ik de finish binnen. Het zat er in, 2 uur is haalbaar. Ik het voorjaar zoek ik een nieuwe uitdaging om de muur van 120 minuten te slopen.

Maandagochtend sta ik op mijn stijve bovenbenen en de dag er na heb ik er nog last van. Fietsen om het melkzuur weg te krijgen is de opdracht de komende dagen. Eerste loopje staat woensdag gepland. Een rustig duurloopje, kort maar al genietend want ze beloven een zonnetje. Wel fris maar toch zalig om in te lopen. En dat is lopen toch: Zalig!