Iets te overmoedig

Overmoedig worden kan verkeerd uitlopen. Zo ervaarde ik het aan de lijve of liever gezegd aan de enkel. In mijn enthousiasme liep ik al wat meer dan goed voor me was en riskeerde ik me om de onverharde ondergrond te ruilen voor de gewone straatstenen. En alles ging goed. Ik liep de 8 kilometer vlot en al aan een tempo die hoger lag dan mijn eerste loopjes na mijn kwetsuur.

De dag er na voelde ik niets en dat gaf me hoop. Ondertussen in de eerste week van de lockdown was ik ook volop aan het klussen geslagen. Een nieuwe vloerbedekking in de badkamer, het terras afspuiten met de hoge drukreiniger en de kantjes knippen van ons gras. Daarbij dikwijls zat ik op de grond waarbij ik de enkel niet in de meest comfortabele positie had. En ja de dagen begonnen met een stijf gevoel als ik een tijdje in de zetel of op een stoel zat. Telkens ik terug in beweging kwam was het efkes manken en de juiste tred vinden om de enkel niet te voelen.

Tot daar de nieuwe start van mijn loopambities. Helaas maar eigenlijk een beetje mijn eigen schuld. Te overmoedig en te bruut gestart. Gelukkig kan ik nog terug vallen op de fiets. Het schitterend lenteweertje geeft een duwtje in de rug. Die is nodig want ik voel dat de conditie nog ver weg is.

Zondag laatstleden vertrok ik voor een ritje van 72 kilometer. Een ritje die ik ontdekt had door een organisatie van een plaatselijke wielerclub. En dank zij de pijltjes op het wegdek zo leerde kennen. Al twee jaar rij ik hem af en toe. Lichte hellingen en rustige wegen. Ondertussen ken ik de route uit mijn hoofd. Al goed want na twee jaar zijn vele aanduidingen op de baan niet meer zichtbaar. Hoewel er maar weinig wind stond voelde ik toch dat ik het moeilijk had telkens de wind niet in de rug zat. Een teken aan de wand dat de conditie nog ver weg is. Als het een lichtpuntje mag zijn was dan wel terug het feit dat ik niet bekaf was toen ik na bijna drie uur van mijn fiets kwam.

Het kan alleen maar beteren pep ik mezelf op. Gewoon alles op zijn gemakje laten lopen, allé fietsen dan toch.

Stay safe!

Vroeger dan verwacht!

Het was mijn kinesist die me voorstelde om tijdens de twee laatste sessies eens voorzichtig een 10-tal minuutjes te lopen op de loopband. Met schrik en de nodige voorzichtigheid begon ik er aan. Aan een tempo van 8 minuten per kilometer werd ik zo waar terug loper. Ik voelde het wel aan de enkel maar geen pijn, enkel een ambetant stekerig gevoel dat de ene keer meer en de andere keer minder aanwezig is. Ook tijdens het gewone stappen en bezig zijn. Dus niets om me ongerust over te maken.

Maar hoe zou het voelen de uren en de dag er na. Tot mijn grote tevredenheid voelde ik niets extra. Geen pijntje, geen kramp, gewoon het zelfde gevoel. Niet zo als de rechterenkel maar gewoon het gevoel van een enkel die aan het genezen is met de nog aanwezig gevoeligheden. Ik keek al uit naar de tweede loopsessie. Als die goed verloopt zit er misschien meer in.

En zo geschiedde, de tweede keer tien minuutjes op de loopband vielen even goed mee en zo was het evident dat er meer volgde. Nu niet meteen een lange training gaan doen op harde ondergrond drukte de kinesist me op het lopershart. Nee, zeker niet, ik had geen zin om terug te vallen op rust en weinig bewegen.

Zondag 1 maart, een ideale dag om mijn loopcarrière opnieuw op te starten. Naar het sportpark Rozebroeken waar een Finse piste ligt. Zachte ondergrond en met de Hoka One One aan de voeten is de demping verzekerd. Jammer maar de Finse piste ligt er niet zo Fins bij. Weinig boomschors, enkel een plat gelopen ondergrond die gelukkig voldoende vering geeft. Op sommige plaatsen moet ik even op de beton en dat voel ik wat meer maar het geeft geen last. De snelheid is totaal niet van belang, het lopen primeert. Het bevalt me zo erg dat ik er meteen een sessie van 5 kilometer van maak. Misschien net iets te veel als start maar ik geniet en aangezien de snelheid niet hoog is zal het wel geen kwaad kunnen. De hartslag is wel iets aan de hoge kant in vergelijking met het tempo maar dat zal alleen maar zakken naar verloop van tijd. Er na voel ik terug geen pijn of last. Ook maandagochtend sta ik op met het gewone gevoel in de enkel die ik de laatste tijd voel. Lichtjes tegen rekken maar geen pijn. Ik kan met volle hoop naar een volgend loopje uit kijken. Het weer zal dan wel moeten beteren.

Ik ben terug vertrokken, maar neem me zelf voor om het bij rustige loopjes te houden van maximum 5 kilometer en op een zachte ondergrond. Aan meer ga ik niet denken, wel hopen, maar ik weet zelf dat de herfst van 2020 maar pas de moment zal zijn om het tempo te kunnen opvoeren en aan wedstrijden te denken. Ik heb een jaartje in te halen.

Vier maanden later

Vier maanden later net voor het begin van mijn laatste week ziekteverlof. Inderdaad vier maanden ziekteverlof, hoewel verlof kan je het niet noemen, meer thuis gekluisterd zitten en beperkt zijn in alles wat je zou willen doen. Enkel de laatste weken kan ik me wat verplaatsen met de fiets. En wandelen begint nu ook te lukken, iets wat de komende tijd mijn manier zou moeten worden om de aangekomen kilootjes terug kwijt te geraken. Iets wat moeilijker zal worden dan wat het lijkt. Ik had al wat overgewicht en dat is enkel maar toe genomen. Als ik niet oplet zal dit nog toe nemen. Na zes weken gips ben ik terug wat mobieler geworden, kon terug auto rijden, met de fiets naar de bakker of voorzichtig te voet. En de start van drie maal per week naar de kiné. Langzaam, lees zeer langzaam beterde de linkervoet. Tot Kerstmis en dan voelde ik precies dat alles gelijk bleef, geen betering maar ook geen verslechtering. Gelukkig ging het begin 2020 terug beter. Op 16 januari op controle waar ik te horen kreeg dat ik op 3 februari terug aan het werk mag. Misschien halftijds opperde de dokter maar nee, laat me maar er volledig voor gaan. Tot daar het goede nieuws.

“Lopen zal nog wat moeten wachten” vroeg ik. “Ja wacht maar tot na de zomer” kreeg ik als een ijskoude douche te horen. Oei, terug een jaartje geen triatlons of duatlons. Damn, scheids, verdomme, klote en nog meer krachttermen schoten me te binnen.

Ondertussen heb ik het fietsen al lichtjes opgedreven, vooral omdat het uiteindelijk de beste remedie is om de enkel te ontzwellen. De oefeningen bij de kinesist vullen aan ter versteviging en stiekem droom ik er van om aan het eind van de lente dartel op een Finse piste mijn eerste looppasjes te kunnen zetten.

Anderhalve meter vrije val.

Zaterdag 28 september 2019

Zoals gewoonlijk sta ik rond 8 uur op, terwijl ik het dak zie van onze keuken bij het naar beneden gaan neem ik me voor om het spinnetje die bladeren en andere afval tegen houdt eens uit te kuisen. Morgen voorspellen ze veel regen en een goede afloop kan miserie verhinderen.

Op het toilet twijfel ik of ik eerst een nuchterloopje zou doen of het rustig houden na de dubbele training gisteren en morgen gaan voor een lange duurloop. Ik besluit het laatste en begin aan het ontbijt, de krant er bij en genieten. Ik ben zodanig aan het genieten dat ik mezelf moet aanporren om in actie te schieten. Het spinnetje vrij maken moet eerst gebeuren, daarna bekijken we nog wel wat we kunnen doen.

De ladder uitgehaald en open geplooid. Ik hoor de klikken en weet dat ze dan goed open geplooid is. Cathy loopt ondertussen ook buiten en ik zet de ladder tegen de gevel, klim er op en op de moment dat ik ongeveer anderhalve meter boven de grond ben hoor ik iets en besef dat de ladder samen vouwt. Plots lig ik op de grond en roep het uit van de pijn aan mijn linkerenkel. Hoewel ik niet direct recht kan staan moet ik toch blijven liggen. Door de pijn draait alles en ik wordt bijna bewusteloos. Cathy komt aangelopen en is lichtjes in paniek, ze ontfermt zich over mij en heeft het meteen door dat het ernstig is. Ondertussen voel ik aan mijn achterhoofd en bemerk dat er bloed aan mijn hand hangt. Gelukkig niet veel en het gaat slecht om een schram. Ondertussen heeft Cathy Roger gebeld. Roger onze buur (ietsje verderop) oud collega maar vooral mijn beste vriend.

Als Roger er is probeer ik recht te staan en hinkel op één been de keuken in. Zo voel ik meteen dat ik mijn linkerarm ook bezeerd heb. Gekneusd waarschijnlijk maar het beperkt mijn bewegingsvrijheid.
Terug voel ik de onpasselijkheid opkomen en doe er alles aan om bij bewustzijn te blijven. Naar de spoed is nu wel zeker. Roger haalt zijn wagen en ik schuif me zo goed als ik kan op de achterbank. We rijden naar Sint-Lucas en onderweg draai ik terug bijna weg.

Aangekomen aan het hospitaal neemt Roger een rolstoel en ik meld me aan. Ondertussen staat de enkel al behoorlijk dik. Gelukkig is het nog rustig op de spoedafdeling en mag ik direct door. De gewoonlijke vragen beantwoorden lukt nog maar ik snak toch naar een pijnstiller. Ik rol verder en mag me op een bedje leggen en krijg iets om de pijn te stillen en wordt er een ice-pack op mijn enkel gelegd. Een verpleegster met een leuk accentje zal me verder verzorgen terwijl ik moet wachten op de dokter. Wachten duurt lang maar ik kan toch nergens terecht. Met Roger er bij gaat het sneller voorbij. De dokter bekijkt mijn gezwollen enkel en wil eerst foto’s zien om te weten wat er juist geraakt is. Gebroken of niet is nu de grote vraag. Na nog wat wachten wordt ik naar de afdeling radiologie gebracht. Zowel van de linkerenkel als van de linkerschouder-bovenarm worden foto’s genomen. Terug naar de wachtplaats en wachten op de dokter. Ondertussen is het al voorbij 14u dus zal er wel wisseling van ploeg zijn. En zo blijkt want even later komt een andere dokteres me vertellen dat er niets gebroken is maar dat de ligamenten geraakt zijn. Of dit nu goed nieuws is weet ik niet in ieder geval moet het toch in de gips. De bovenarm is gekneusd en moet vanzelf genezen. Even later komt dan ook een verpleger die me een halve gips geeft en waarmee ik het moet doen. Ik krijg twee aangekochte krukken mee. Aan het onthaal maak ik een afspraak om de enkel verder te bekijken. Dinsdag mag ik al gaan. Oef, bijna 16u en ik kan naar huis. Ongeveer 5 uur na de val, en gans de tijd is Roger bij mij gebleven. Nog eens een bewijs wat voor een goede vriend hij wel is. Het thuisfront is al op de hoogte, via messenger zijn ze op de hoogte gehouden. Nog een ritje naar de apotheker en ik kan eindelijk naar huis. Cathy loopt zenuwachtig rond en heeft er al enkele bezoekjes aan het toilet op zitten. Daar zit ik dan, gekluisterd aan de zetel voor een tijdje al vast. De komende wedstrijden zie ik aan mijn neus voorbij gaan. De bosduatlon van Lembeke zal me niet voor de 20ste keer zien aan de start. Ook de halve marathon van Bellem op 11 november mag ik schrappen. De winterduatlon van Wommelgem op 24 november zou misschien nog kunnen, laat ons hopen.

Ook het geplande etentje vanavond zal niet voor mij zijn. Cathy gaat dan maar alleen met haar collega’s en echtgenoten gaan eten. Gelijk heeft ze want de komende weken zullen we met moeite buiten kunnen.

Het wordt aanpassen, op krukken door het huis valt nog mee ook al hindert de gekneusde linkerarm mij wat. In de zetel, het linkerbeen hoog en dat is het. Slapen doe ik voorlopig beneden in de zetel hoe oncomfortabel het ook is. ’s Nachts moet ik regelmatig op om te plassen dus trap op en af zou moeilijk zijn. Slapen lukt al is het beperkt maar de komende dagen zal ik tijd genoeg hebben om te rusten.

Aangezien autorijden er ook niet in zit moet er ook gekeken worden naar vervoer ’s morgens vroeg voor Cathy. Gelukkig is er een collega die haar kan oppikken en terug komt ze zoals gewoonlijk met de bus. De zondag verloopt rustig, ik kan naar het WK wielrennen kijken van begin tot einde en krijg meteen bezoek van een bezorgde zus en moeder. Ook via de telefoon krijg ik wat steun. Veel pijn heb ik niet maar de bewegingsvrijheid is zeer beperkt. Van de zetel naar het toilet en omgekeerd. Als mijn voet niet hoog ligt begint er een zeurend gevoel op te komen. Ik zal al blij zijn als ik dinsdag den 24ste naar de dokter kan en zal weten hoe het verder moet.

Geen triatlonseizoen in 2019

Een jaar zonder triatlon? Er is veel kans. Vandaag wijselijk niet deelgenomen aan de 111 van Deinze. De voorbereiding was niet optimaal en ook het warme weer deed me besluiten om het niet te wagen. Ik zou er wel geraakt zijn denk ik maar hoe. Op een bepaalde leeftijd begint men al eens aan zijn gezondheid te denken en wil men na een wedstrijd niet te veel last hebben om te kunnen blijven sporten. Want dat is uiteindelijk de bedoeling, sporten en er plezier aan beleven. Ik heb al verschillende sporters gekend die de stap gezet hebben naar het grote werk. En hoewel ze goed voorbereid waren hebben ze er na een punt gezet achter hun sportbezigheden. Nog wat occasioneel bewegen maar niet echt meer de drive die ze er voor hadden.

Bij mij is de drive er nog steeds, een week zonder eens gesport te hebben is een marteling. Ik wordt prikkelbaar en moet er op uit. Minstens drie keer een tijdje het zweet voelen opkomen en daarna dat zalig gevoel van je hebt het toch maar weer gedaan.

Er is nog een kleine kans op één triatlonwedstrijd. Mechelen of Ieper, vooral die laatste zegt me wel iets. Nog nooit mee gedaan in tegenstelling tot Mechelen. En het parcours is wat pittig door het stijgingsgehalte op sommige delen. Ook de plaats heeft een speciale betekenis. Iets waar ik de komende week de knoop ga voor doorhakken.

Maar het is niet omdat ik de 111 laten voorbij gaan heb dat ik niet gesport heb. Terug mijn favoriet rondje gereden. Een ritje van 75 kilometer die ik nu al een tijdje af en toe rij. Ik denk toch al een keer of 10 en telkens kan ik me laten verrassen door de wegeltjes die ik nog moet rijden. Zo van: O ja we zitten hier, nu volgt dat nog en dat ook nog, kortom zalig genieten en terug ontdekken van een zalig ritje. Er is ook een uitgestippelde rit van 105 die een lusje maakt bij de 75. Begin september staat het gepland op mijn vrijdags ritje. Ik kijk er al naar uit en ook naar eventueel toch nog een triatlon.

De 21 km naar Bellem

Mijn relaas begint enkele dagen voor de wedstrijd. Mijn trainingen gaan vlot maar een toptijd zal ik in Bellem niet halen. De conditie is er maar een lange afstand lopen gaat me als maar moeilijker af. Is het de leeftijd of speelt het gewicht mee. Daarom besluit ik om op dinsdag toch nog een lange duurloop te doen. Rustig langs de Schelde aan een tempo van 6’30” per kilometer met een lage hartslag. Ook meteen goed om wat vet te verbranden. Iets wat komende winter meer op het programma zal staan. Graag zou ik 2019 aanvangen onder de 75 kg. Ik verlaat de Schelde na een goede 13 kilometer en loop een straatje in richting startpunt. Ik kijk even naast mij om iets op een gevel te bekijken en stap iets te veel naar de kant van de baan. Gevolg: ik sla mijn linkerenkel om en voel meteen hoe laat het is. Godverdomme, nondedju, fuck, klote en tal van andere onfrisse uitdrukkingen komen in mij op. Daar gaat mijn halve marathon. Aarzelend loop ik verder richting mijn auto. Het gaat maar dat is normaal alles is warm gelopen en als je blijft bewegen blijft het gaan. Ik vrees enkel de rust er na. Thuis gekomen blijkt het mee te vallen. ’s Middags hebben we een uitstapje gepland en de rustperiodes op een terrasje zijn welkom. Mankend geniet ik van het zalige herfstzonnetje ook al hangen er donderwolken boven mijn enkel.

Een nachtje slapen en wat schietgebedjes verder geven me hoop. De last valt mee maar lopen zal de komende dagen niet lukken. Ik ga voor actieve rust door wat te fietsen, iets wat ik voor mijn werk veel moet doen. En ijs afwisselend met Algipan. Wat opzoekwerk op het internet leert me dat het aan gewezen is om de enkel in te tapen mocht ik zondag toch willen lopen. Youtube checken en ergens sporttape aanschaffen.

Op vrijdag is de enkel al veel beter. ik voel het nog maar pijn kan je het niet noemen. Een mtb tochtje lijkt me aangewezen om alles los te houden en de actieve rust te bewerkstelligen. Zondag zal het lukken, ijs leggen en intapen en die 21 km moeten lukken.

Zaterdag wordt een rustdag met het gevolg dat de pijn lichtjes terug komt. Oei! Ook de weersvoorspellingen zijn niet goed. Enkel de wind gaat in ons voordeel spelen de eerste 13 kilometer.

Op zondagochtend om 5 uur wordt ik wakker van de regen die met bakken uit de lucht valt. Ik probeer nog wat te slapen en trek me er nog niet veel van aan. De start is nog meer dan 8 uur verwijderd. Het zal wel op houden.

En inderdaad, het wordt beter en zelfs de zon is in de middag van de partij. Alles verloopt prima. De enkel blijft een teer punt en ik tape hem in zoals ik het op Youtube zag. Het geeft steun en zal me toch wat mentale zekerheid geven om de finish te halen.

TTA is goed vertegenwoordigd. Met Pieter, Edwin, Kurt, Daniël en ikzelf zijn we 5 man sterk. Britt loopt in Bellem de 8 km.

Stipt om 13u30 starten we richting de meet. 21 km langs de vaart grotendeels. De wind in de rug en het zonnetje er af en toe bij. Heerlijk loopweer.
Ik start rustig aan 5’45” per kilometer. Eindtijd schat ik op 2u10′, maar hoop op minder. Na 5 km merk ik dat ik op reserve loop en besluit om te versnellen. Misschien kan ik zo onder de 2 uur geraken. Het loopt goed en ik kan de kilometers lopen tussen 5’30” en 5’45”. Niet te gek doen en ik voel nog geen afzwakking opkomen. Na 14 km draait het en de wind komt op kop, ook de eerste brug krijgen we voor de voeten. Het tempo zakt iets maar toch niet zo erg als ik vreesde. Er komt nog een helling en die laat me samen met de wind beseffen dat het tempo naar beneden moet. Doorbijten, het gaat nu zo goed. Toch voel ik de krachten weg vloeien. Mijn linkerbeen nijgt naar krampen, gelukkig geen last van de voet. Mijn tape-kunsten zijn gelukt. Ik zet door en zie gelukkig dat het parcours terug de vertrouwde laatste 2 km volgt. Aan km 18 klok in 1u43. Wat betekent dat ik de laatste drie zeker aan minder dan 5’40” moet lopen. Dat heb ik niet meer in mijn lijf. Ik berust er me in en probeer onder de 6′ te blijven maar ook dat is moeilijk. Herkenbaar en frustrerend, die laatste loodjes lappen het me telkens. Waar ligt het aan? te weinig gedronken, te weinig getraind, te vlug gestart? Ik breek er mijn hoofd niet over. Lichtjes teleurgesteld loop ik de finish binnen. Het zat er in, 2 uur is haalbaar. Ik het voorjaar zoek ik een nieuwe uitdaging om de muur van 120 minuten te slopen.

Maandagochtend sta ik op mijn stijve bovenbenen en de dag er na heb ik er nog last van. Fietsen om het melkzuur weg te krijgen is de opdracht de komende dagen. Eerste loopje staat woensdag gepland. Een rustig duurloopje, kort maar al genietend want ze beloven een zonnetje. Wel fris maar toch zalig om in te lopen. En dat is lopen toch: Zalig!

Triatlonseizoen 2018

We zijn al half november en mijn blog is nog redelijk kaal. Gelukkig mijn wedstrijdblad niet. Na de crossduatlon van Westrozebeke volgde in februari de winterduatlon van Hofstade. Een mooie wedstrijd met een technisch parcours waar ik best tevreden over was. Eentje om in 2019 opnieuw te doen.

Maart werd de maand voor de eerste triatlon. Zwemmen in het Wielingenbad en fietsen en lopen in De Haan. Het fietsen ging goed en ook over het lopen was ik dik tevreden. 8,6 km aan iets meer dan 11 km/u was lang geleden.

April, geen wedstrijd maar wel een uitgestippelde fietstocht. De Ettix-classic langs de mooie Vlaamse Ardennen. Al weer een aanrader en als het lukt ben ik er in 2019 er ook weer bij. 85 km genieten, vroeg gestart en genoten van de stilte voor de drukte op het parcours.

Mei werd een terugval, weinig kilometers en geen wedstrijd. Ook al was de planning om elke maand iets te doen. Op naar juni met de Kallemoeietriatlon in het vooruitzicht.

Juni, vaderdagmaand en dus ook tijd voor het clubkampioenschap triatlon in Beernem. De weersomstandigheden zijn prima en zo zou het de komende weken blijven. Het zwemmen ging prima ondanks de weinige uurtjes die ik aan deze sport besteedde. Het fietsen ging heel goed, een gemiddelde van bijna 32 is sterk voor mij. Maar het lopen ging minder ondanks dat het goed aanvoelde viel de tijd tegen. Toch terug een wedstrijdje om op de lijst te zetten.

Juli, de warmte stijgt. Een hete zomer en die bepaalde de trainingen. Maar op de 1ste dag van de maand begeven we ons naar Kanne voor de Cave-man triatlon. Eentje die ik vorig jaar voor de eerste keer plande en me beviel om er terug bij te zijn. Het fietsparcours is afwisselend en schitterend. Pittig door drie maar de Slingerberg op te moeten maar ook het glooiend parcours weegt door. Lopen door de Mergelgrot is iets speciaals ook al is het een zeer klein stukje. Geen toptijd maar tevreden over mijn prestatie.

Augustus is nog warmer en het lopen is zeer miniem waardoor mijn plan om in september de halve van Damme te doen smelt als de te vele ijsjes die ik die zomer eet. De kilootjes komen er bij als zoete broodjes en ik weet al wat me te doen zal staan in het najaar. Gewicht verliezen en de conditie terug op peil krijgen.

September is de maand om de basis te leggen voor het najaar. De komende weken heb ik drie wedstrijden gepland en daar moet voor getraind worden. Het fietsen is genieten, ik heb een parcours ontdekt die uitgestippeld is door een wielerclub uit de buurt en me verschillende keren laat genieten van 75 km langs rustige licht glooiende wegen. Naar het eind van de maand wordt het tijd om de mountainbike van stal te halen. Eind oktober staat de jaarlijkse afspraak in de Lembeekse bossen op de kalender. Het lopen lukt redelijk maar lange afstanden worden zwaar. Met de halve marathon op 11/11 gepland zou dit toch beter moeten.

Oktober de maand van Hawaii en inspiratie om harder te werken om toch op mijn niveau te blijven. Het lopen gaat lichtjes beter en de racefiets kent zijn laatste ritjes. De bosduatlon in Lembeke is een meevaller. Lopen gaat goed, ook het fietsgevoel is ok. Ook al is de eindtijd ietsje hoger dan de vorige jaren het gevoel zit goed. Op naar de halve marathon. En eind november doen we als afsluiter van 2018 de winterduatlon van Wommelgem. Maar daarover vertel ik in mijn volgende blog.