Mijn nieuwjaarsbrief of 2017, klotejaar! 

Een brief gericht aan de personen die 2017 tot een klotejaar maakten. Personen die dachten en waarschijnlijk nog altijd denken dat ze de wijsheid in pacht hebben. Helaas de toekomst zal nog uit wijzen welke domme kloten jullie eigenlijk wel zijn. Domme kloten, nakomelingen van mensen waarvan we 30 jaar dachten dat het onze beste vrienden waren. 

Het eigenschap van zich met een andere te bemoeien hebben ze van niet ver. Diegene die jullie op de wereld gebracht heeft kan er ook wat van. Bijna was het haar ook gelukt om uit pure jaloezie en afgunst een huwelijk, mijn huwelijk  naar de knoppen te helpen. Ik beken dat ik me heb laten vangen maar bij tijds beseft heb dat het gras niet altijd groener is aan de overkant. In plaats van je beste vriendin te waarschuwen was er niets beter dan het gevaar in onze vriendengroep te brengen. En de rest is gekend. Ik de stomme kloot liet me vangen, niet één maar twee keer. De moeial slaagde er zelfs in om het gevaar uit te nodigen eens het onheil al geschied was en we de stukken probeerden te lijmen. 

In 2017 slagen er twee nakomelingen er in om een relatie van 10 jaar om zeep te helpen. Opperhoofd moeial wist er van. Mijn vrouw en ik waren er kapot van en nog steeds. 4 maand later kunnen we nog niet vatten dat onze schoonzoon niet diegene zal zijn die we in ons hart hadden.

Dat onze dochter de stap gezet heeft is de grootste klap. En haar beslissing maar een beslissing die gepusht is. En als het al eens moeilijk gaat in een relatie kan een duwtje in de rug bepalend zijn. Maar de relatie was nog niet kapot, anderen vonden dat wel. Wij wilden onze dochter laten in zien dat ze eens goed moest nadenken en haar niet laten beïnvloeden door zogenaamde vriendinnen. Maar hun invloed was sterker dan ons verstand. Zelfs wij werden de les gespeld door iemand die je vroeger mee nam naar het zwembad omdat hun vader liever naar zijn televisie keek dan zijn dochter opvoedde. Ons dochter was al jaren ongelukkig, raar dat wij er nooit iets van gemerkt hebben. En onze dochter kon ook niet zeggen dat het al jaren slecht ging. Ma, pa, je kent ze toch ze overdrijven graag. Ja maar je laat je wel leiden door hun visie. 

Toen mijn vrouw en ik in de put zaten hoorden we plots niets meer van onze ‘beste vrienden’. Van de ene dag op de andere baf, gedaan. Geen smsje geen telefoontje, geen gesprek. Niets. Vier maanden verder en alles blijft stil aan de overkant. Van vrienden naar buren. Het doet zo’n pijn dat het voor mij zelfs geen buren meer zijn. Mensen die aan de overkant wonen. Misschien hard maar het is zo. 

Eén troost heb ik nog en dat is dat onze gemiste schoonzoon ons nog steeds bezoekt. Hij heeft het moeilijk, niet altijd zichtbaar maar ik voel het en dat doet me nog het meeste verdriet. 

Gisteren las ik nog: ‘wraak is voor de zwakken, vergeven voor de sterken en negeren voor de intelligente’ Soms wil ik wel eens zwak zijn. Maar een ander spreekwoord zegt: ‘Boontje komt om zijn loontje’ Karma heeft al langs geweest maar nog niet voldoende. Wij hebben ook al tegenslagen gekend, meer dan een mens verdiend. Het wordt tijd dat in 2018 het zonnetje terug schijnt.

Misschien brengt dat zonnetje onze schoonzoon terug. Heb er veel voor over. Wil er zelfs een sterke voor zijn. 

Advertenties

Van Deinze naar Bellem

Op 11 november staat de halve marathon op het programma. Dan organiseert JC Aalter een loopwedstrijd langs het kanaal. Met de bus wordt je schoolreis-gewijs naar Deinze gebracht. Daar heb je de tijd om je op te warmen en om stipt 13u30 mag je terug naar Bellem. Maar dan op eigen krachten. 21 kilometer die eigenlijk een beetje ééntonig zijn maar toch komen er elk jaar een pak deelnemers aan de start. Dit jaar meer dan 400.

Mijn voorbereiding verliep redelijk goed. Mijn basisconditie is goed en drie weken terug had ik al eens als test ietsje meer gelopen. Dus de finish halen zat er zeker in. En als het binnen de twee uur zou zijn dan was het best ok. Nog eens een intervalleke op de maandag er voor en een herstelloopje op woensdag en we zijn er klaar voor. Of nee, voelde ik daar iets aan mijn knie? Verd… het zal toch niet waar zijn? Wat zalf smeren en hopen op het beste.

Zaterdag 11 november, regen en grijs maar aan de start is het droog en dat zal het zeker twee uur blijven. Ik doe mijn opwarming apart in het domein De Brielmeersen. Velen lopen rondjes op de atletiekpiste maar ik voel me daar wat onrustig bij. Op de bus hoorde ik allerlei getallen. “12,7” voor mij, “oei dat is nog redelijk” kwam er nog achter en 4’17” achter mij. En dat op een marathon. Straffe gasten. Ik had de uitnodiging voor 1u45 te lopen ook al afgewimpeld. Twee jaar terug haalde ik 1u48 net als het jaar er voor. Vorig jaar deed ik er 5 minuten bij en dat geeft me nu 7 minuten extra om binnen de 2 uur te finishen. Dat zal al best goed zijn.

Opwarmen en toch maar het vestje uit. De gordel om met twee drinkflesjes en drie gelletjes. Laat de start maar komen. En die kwam er. Onverwachts maar toch verlossend. Ik had me voorgenomen om rustig te starten en de tweede helft iets rapper te lopen. Een negatieve split noemen ze dat.

De eerste kilometer loop je in de massa en dat kan je verleiden om te rap te lopen. Maar ik kon me beheersen. Niettemin klokte ik 5’30” na 1000 meter. En makkelijk zelfs. Ok, dan houden we ons daar aan en zien wel. Wat verderop zie ik twee dames zij aan zij lopen. De ene zegt: “Ga maar” waarop de andere, “Anders wil ik wel bij u blijven”. “Nee geen probleem ik heb mijn tempo”, hoor ik nog. Ietsje verderop blijkt haar tempo het zelfde te zijn als het mijne en ben ik plots de “haas” voor een dame in het roze. Nooit gedacht maar het streelt mijn ego. Ik kan het tempo mooi aanhouden en check regelmatig of ze nog volgt. Elke kilometer trilt de Polar V800 en met soms ietsje meer dan 5’30” naderen we Bellem. De Lady in Pink volgt nog steeds. Meestal halen we andere lopers in, iets wat de moraal op pept. Na 14 kilometer gaan we een brug over, twee derde zit er op en nu rest nog een stukje. En plots is ze weg. Oei en ik was al wat vertraagd. Niet voor de volgster maar voor mezelf. De negatieve split zat er niet in.

Mijn idee was om mijn innerlijke woede van de gebeurtenissen van de laatste maanden boven te halen om mij af te reageren en het om te zetten in snelheid. Maar dat lukte niet, ik had het al eens op training geprobeerd maar het lukte niet. Ik stak het toen door de opwekkende muziek in mijn oren. Maar blijkbaar kan ik het niet. Geen turbo die aanschoot op woede maar eerder teleurstelling die me geen centimeter rapper deed lopen. Gelukkig ook niet trager. Als ik al trager liep dan was het gewoon omdat het niet rapper ging. Maar ik klaag niet, als ik onder de 6 minuten per kilometer kan blijven lopen dan is twee uur zeker haalbaar. Al droomde ik in het begin van 1u56.

De laatste twee kilometer zijn de zwaarste en ook nu heb ik het mentaal lastiger dan fysiek. Ik zie geen eind van een straat en wind me innerlijk zelfs een beetje op. Twee dames die ik in haalde zetten een tandje bij en steken me nog voorbij. Eén er van heeft het lastig en ik probeer ze nog voor te blijven. Maar de gentlemen in mij wint het van het competitiebeest en laat ze voor mij finishen. 1u58’44” is mijn eindtijd en ik ben tevreden.

Aan de auto wissel ik van schoenen en er schiet plots een kramp in de rechterkuit. Amai dat kan aankomen. Ja aankomen dat was de bedoeling. 🙂

Bosduatlon Lembeke 2017

19 organisaties en 18 deelnames. Ik denk dat ik één van de weinige ben met zo veel deelnames. In ieder geval ga ik door zo lang het lichaam het toe laat. 20 en verder tot er iets zegt: “Stop, het is genoeg geweest!” Maar zo ver zijn we nog niet. Ook al voel ik me soms niet altijd 100% ik weet dat ik het nog kan. De snelheden die ik de laatste tijd liep voorspelden niet veel goeds maar wonder boven wonder kon ik toch rap lopen. Maar wat heet rap. 12 km/u is voor mij rap en voor de eerste zal dit de opwarmsnelheid zijn.

Frisjes was het minste wat je kan zeggen, de temperaturen waren abnormaal hoog en we waren schandalig verwend. Deze week liep ik nog met enkel een korte broek en korte mouwtjes. Maar daar was verandering in gekomen. Rond de 12° en wat wind. Ideaal weer voor toch een najaarswedstrijdje.

110 deelnemers aan de start en vier TTA-ers. Pieter, Kurt, Sabine en ik zelf. Ook in die volgorde gingen we over de finishlijn.

De start is zoals gewoonlijk snel en ook ik ging goed vooruit. Vorige jaren werd ik in de achterhoede zelfs nog voorbij gestoken door tragere starters maar nu kon ik er enkele bijbenen. Een mentale opsteker en ook het feit dat mijn snelheid er nog was.

Twee rondjes en we konden de fiets op. Op de Polar V800 zag ik geen tijd en geen hartslag en hield het zo. Snelheid en afstand waren voldoende. Zo kon ik mezelf niet opjagen en bleef het een verassing aan het einde van de strijd.

Wat meedraaien met twee andere atleten en zo kwamen we al in de tweede van de drie te rijden rondjes. Dat is de meest nerveuze, je bent al onder stoom maar wordt voorbijgestoken (gedubbeld is zo een lelijke term) door de koplopers. Om mezelf en de snelle mannen het makkelijk te maken wijk ik uit om een peletonnetje van  8 man voorbij te laten. Een merci van de laatste van de groep doet deugd. Die laatste wint uiteindelijk de wedstrijd. Aan het eind van de tweede ronde komt er nog een groepje en ik wijk bijna de verkeerde kant uit.

Oef, de wisselzone voorbij en het laatste “kalme” rondje waar ik in mijn overmoed toch ergens bijna het decor in ga. Mijn volger (Emiel) vraagt meteen of alles ok is. Mooi is de bezorgdheid van hem. Op naar de laatste wissel. Maar enkele meters voor ik gedaan heb met fietsen zie ik iemand die blijkbaar gevallen is. Oei, hopelijk zonder erg.

Dat loopt vlot en Emiel loopt naast me. Emiel is ondanks zijn naam laat vermoeden een jonge kerel die ik achter mij kan laten.
Terug loop ik redelijk vlot de laatste anderhalve kilometer. Voor de aankomst ligt de gevallen deelnemer er nog steeds. Nu op zijn rug en hij wordt beademd en zijn borstkas gaat redelijk op en neer. Verdomme dat ziet er niet goed uit. Later blijkt dat het iets aan het hart was maar hij was bij bewustzijn toen hij naar het hospitaal werd gebracht. Laat ons hopen op een goede afloop. Toch iets wat me weer even doet stil staan bij het feit dat een medische check-up geen overbodige luxe is.

Terug een wedstrijdje bij op mijn toch al lange erelijst. Op naar 11 november voor de halve marathon in Aalter. Vorig jaar schreef ik hier dat 1u48 mogelijk moet zijn maar met de huidige conditie zal het eerder rond de 2 uur draaien. Maar misschien doe ik ook op 1 november al een halve marathon in Berlare. We zie nog wel.

Uitgeteld!

2017 moest een jaar worden van de halve . De halve van Damme stond in mijn planning met stip aangeduid om er een lap op te geven. Ondanks de werken in het zomerverlof zou het wel goed komen. Maar de knie sputterde wat tegen in juni en juli. Dus kwam de relatieve rust van pas. Maakte ik me zelf wat wijs of hoopte ik op een wonder. Vooral dat laatste vrees ik.

Maar als of het nog niet erg genoeg was kon er nog wat extra tegenwerking bij. Iets wat ik nooit had durven denken gebeurde. Twee mensen die heel diep in mijn hart zaten gingen uit elkaar. Ik denk dat ik nog nooit zoveel verdriet in mijn leven gehad heb dan met deze situatie. De onmacht, het onbegrip en de teleurstelling namen al mijn energie weg. Werken lukte nog al was het maar om bezig te zijn. Sporten was niet aan de orde. Sporten betekent genieten en genieten was nu wel iets wat ik niet kon. Ik liet het niet toe. Ook al wist ik dat het helend kon zijn. Even het hoofd leeg maken, aan niets anders denken. Toch duurde het enkele weken eer ik de moed had om de loopschoenen aan te trekken. Maar helen deed het niet, sommige stukken liep ik met tranen in mijn ogen. Ook op de fiets had ik het moeilijk.

We zijn nu al een tijdje verder maar ik sta geen stap verder. De zin om te sporten is er wel. Op aanraden van de dokter heb ik door gezet. Met resultaat voor de conditie. Maar in het kopje gaat het nog steeds niet. Hoe kan je alles achter laten wanneer je alles hebt. Op deze en andere vragen vind ik maar geen antwoord. Onbegrip maar vooral verdriet om de persoon die het meest is gekwetst. 

De hoop blijft maar wordt elke dag kleiner. Tot dan blijf ik uitgeteld.

De Kallemoeietriatlon 2017

Wat vooraf ging….

Een winter die goed verliep, ik fietste regelmatig en ook het lopen vlotte goed. De duurlopen op laag tempo maar de lange afstanden verteerde ik prima. Toch lieten de jaren zich wat voelen maar daar stond ik niet te veel bij stil.

Eind maart was het tijd voor het jaarlijks fietsweekend van TTA. In de prachtige omgeving van Valkenburg ook gekend van de Amstel Gold race. Drie dagen om te fietsen en ook met een kleine zwemtraining en twee duurloopjes. Ik verteerde alles goed en was tevreden over mijn conditie. Tot enige tijd er na begon ik enkele kwaaltjes te voelen. Het begon met zware benen en die hielden me bezig dag en nacht. Soms wat meer en dan wat minder maar een lange duurloop kon ik niet meer aan. Fietsen was geen probleem en ik hield me daar dan hoofdzakelijk mee bezig. Het probleem sleepte aan en eens naar de dokter leek me aangewezen. Twee mogelijke oorzaken konden zijn: de leeftijd (daar verzet ik me ten stelligste tegen) of de last van mijn gebit. Voor dit laatste was een oplossing en na weken van uitstellen besliste ik om de tandarts te bellen. Een geluk, de man die mijn huisarts aanraadde was verhuisd en uitgebreid. Zijn zoon en schoondochter konden de enorme vraag aanvullen en ik was gered. Na een onderzoek wachtte me 5 behandelingen. Twee maal het verwijderen van een tand, tandplak verwijderen en twee maal een gaatje vullen. Vooral de tandplak was de mogelijke oorzaak van het vermoeid gevoel. Mijn hoop steeg in het toch nog volbrengen van enkele wedstrijden.

Eind mei begint de rug op te spelen en de knieën geven ook enkele minder goede signalen. Verd… nu niet, terug naar de dokter en na wat rust en medicatie zou alles moeten beteren. Beernem nadert wel hé!

4 juni, na lang uitstellen komt het er eindelijk van, de rit van de voorzitter. Mijn fietstrainingen verlopen goed, mijn loopjes beperk ik tot maximum 8 km per keer. De knieën protesteren nog maar ik zoek zachte ondergrond om ze te sparen. Het fietstochtje verloopt prima, de enkele klimmetjes gaan vlot en de rush terug naar Merelbeke onder bewind van Kurt verteer ik wonderwel goed. Weliswaar wat uit de wind gezet maar toch is het meer rijden en niet verkrampt aanklampen. Het zelfvertrouwen stijgt.

Op donderdag doe ik de test van het lopen. Tien kilometer aan een rustig tempo en zonder last aan de knieën. Ook de dag er na geen last. Soms voel ik wel iets naar gelang ik mijn knie draai of met mijn been schud. Maar ik zie zondag rooskleurige tegemoet.

D day…

Clubkampioenschappen Triatlon voor TTA in Beernem. Waar ik al zeker van ben is de laatste TTA-er van de 7 deelnemende leden. Maar dat is va geen belang voor mij. Wat telt is de wedstrijd kunnen uit doen en daarna kijken hoe het lichaam reageert en hersteld.
Er wordt een zwoele dag voorspelt en het is nog juist ook. Toch komt er een lichte wind op een uurtje voor de start. Niet aan denken, we gaan proberen te genieten en ons niet op jagen. No stress! Hoewel de zwemstart is toch altijd een stressmomentje. En waarom eigenlijk, eens in het water glijdt het toch zo van me af. Die stress speelde al thuis op toen ik vast stelde dat de fiets een lekke achterband had. Nog tijd om het te vervangen maar toch een ambetant momentje.
Een momentje waar ik in het water niet meer aan denk. Ik kan vlot mijn ritme houden en zwem bewust wat verder van de kant om zo geen last te hebben van andere zwemmers. Mijn ritueel tijdens het zwemmen is de zwemslagen tellen en gokken na hoeveel tellen ik er zou kunnen zijn. Blijkbaar haal ik meer dan 1 meter per slag want aan 1000 tel geraak ik niet. Ik hijs me uit het water en wandel naar de wisselzone. De warmte valt uit de lucht en blijkbaar ook op de bidons. De eerste slokken zijn warm en verteren niet al te goed. Toch moet ik drinken en probeer af en toe kleine slokjes. Gelukkig door de rijwind koelt het een beetje en ondervind ik er geen last van. Er rijden me constant fietsers voorbij ook omdat er al drie waves voor mij vertrokken zijn en die zitten al een rondje verder. Ook bij de trio’s na ons zitten stevige fietsers en die geven me niet bepaald een goed gevoel. Ga ik nu niemand inhalen? Drie rondjes rondom Beernem en ik mag terug de wisselzone in. Mijn rug speelt al een tijdje op en ik moet af en toe eens rekken om het draaglijk te houden. Hopelijk geeft het geen hinder tijdens het lopen.
Fiets af, loopschoenen aan, petje op, nummer draaien en drankgordel aan.
Twee maal vijf kilometer die ik binnen het uur wil halen. De eerste bevoorrading is er vlug en doet deugd, ook de sproeiers en sponsen onderweg zijn welkom. Helaas is ook het drinken in mijn gordel veel te warm. Eén slokje en ik beslis om de gordel dan maar af te geven aan Roger na de eerste loopronde. Geen snelle looptijd maar ik kan er toch enkele inhalen. Wat toch een opkikkertje geeft. Na 2u48 loop ik over de meet. Niet wat ik vorige jaren liep maar toch een tevreden en gerust gevoel. Zeker naar volgende week toe. De tweede en meteen al laatste wedstrijd van het voorseizoen.
De Caveman-triatlon die me omwille van zijn apart parcours aansprak. Tijdens het fietsen een klimmetje en het lopen gaat een deel in de grotten. Iets speciaal om te doen. Ik kijk er al naar uit. Hopelijk mijn knieën ook!

Halve marathon Deinze-Bellem 2016

11 november, een datum die we elk jaar herfrank3denken. Bijna 100 jaar geleden zwegen de wapens en kwam er een einde aan een vreselijke zinloze oorlog.
Maar 11 november is ook voor de 13de keer al tijd voor een halve marathon die loopt van Deinze naar Aalter-Bellem. Een autoloos parcours langs het Schipdonkkanaal.
TTA stond met drie atleten aan de start? Jonas die na twee jaar inactiviteit en enkele trainingloopjes wel eens wou proeven van een lange loopwedstrijd, Daniël die ondanks het niet deelnemen aan triatlons toch bezig bleef en ik. Ik die maandag met moeite deftig kon stappen wegens een geblokkeerde rug na een weekje plafond en muren afwassen. 21 km lopen was ver af en leek niet te halen. Gelukkig bracht een goede kinesist en gerichte oefeningen betering zelfs veel betering. Woensdag zag ik al mogelijkheden en donderdag stond mijn besluit vast.
Een heldere hemel maar ook een frisse temperatuur. Na inchecken in Bellem de bus op naar Deinze. Een kleine schoolreis met mensen die allemaal dezelfde passie hebben. Lopen en dit zelfs op een feestdag.
Aan het sportcomplex van de Brielmeersen worden we netjes afgeleverd waar we de tijd hebben om ons klaar te maken voor het genieten.
Het vestje blijft aan want enkel met het tri-suit en een onderlijfje met lange mouwen lijkt me iets te fris.
Mijn doel is 1u48 maar in mijn achterhoofd besef ik dat na de voorbije week het wat te hoog gegrepen zal zijn. Ietsje na half twee zetten de meer dan 600 deelnemers de eerste stap naar Bellem. Het jaagpad is niet zo breed en in het begin is het drummen om een geschikt plaatsje te vinden in het peloton.
Ik zie Nico passeren en die “haast” voor 1u48. Hem volgen en dan heb ik mijn gewenste tijd. En dat doen we.
Na twee kilometer passeert Jonas me, ik ben een beetje verrast want ik dacht dat hij vooraan was gestart. Aan een iets hoger tempo gaat hij de groep van 1u48 voorbij en weg is hij. Ik kan het tempo volgen en met kilometers van minder dan 5’10” schieten we goed op. Halfweg zie ik ietsje meer dan 52 minuten op de chrono en ik droom al van een tijd onder mijn doel. Maar de droom is kort, ik besef het maar al te goed. Ook vorig jaar beleefde ik dezelfde korte euforie maar de tweede helft geeft toch de doorslag.
En zo geschiedde, na km 12 voelde ik dat ik het tempo niet kon blijven aanhouden. Wat vertragen maar de “haas” in het vizier houden. Mijn tempo zakt en ik leg me al neer bij het niet halen van mijn doel.
De brug na 14 km doet geen goed aan de kuiten. Ik pep mezelf op en zie het Orvalleke al voor me staan welke ik mezelf beloofde. De laatste drankpost voorbij en er resten nog 5 kilometer. Ik loop constant te tellen en hoop onder de 1u55 aan te komen.
Km 18,5. Zie ik goed ja, nee? Ja toch Jonas loopt enkele tietallen meters voor me uit. Blijkbaar heeft hij het wat moeilijk. Een beetje euforie maakt zich van me meester als ik besef dat ik hem misschien voorbij zal kunnen lopen. Eén kilometer verder is het van dat. Jonas zijn blik is wat stil, begrijpelijk na een lange periode er uit geweest te zijn is dit toch al een knappe prestatie. Nog 2 kilometer en die lijken elke keer lang maar we halen het. Het tellen probeer ik te laten en zet men pokerface op als Annelies me fotografeert.
1u53 en ne klets. Geen 5 minuten langer dan de twee vorige jaren maar toch content dat ik er ben.
Jonas finisht anderhalve minuut later. De koude doet zijn werk en ik wil me zo vlug mogelijk omkleden om warm te hebben maar ook om te kunnen genieten van de Orval.
Daniël kom ik ook tegen, hij eindigde in 1u45. Respect, als ik volgend jaar dit haal spring ik over de meet. LOL.
Na het omkleden kom ik nog Jan tegen, een oud lid van TTA. De begroeting is warm en leuk. Nog een reden waarom ik geniet van mijn sport de ontmoetingen met gelijk gestemde mensen is plezant.
In 2017 gaan we terug voor 1u48, dat moet lukken!

Triatlonseizoen 2016 (deel 2)

Het tweede deel van het seizoen beperkt zich tot Viersel en Damme.

Na een deugddoend verlof was de zin groot om te ontdekken welk parcours Viersel te bieden had. Ook een triatlon die al een tijdje op mijn verlanglijstje stond. Een iets verdere verplaatsing maar we zijn er eens mee weg. De temperatuur was ietsje aan het zakken rond die periode dus dat was al een pluspunt. De reden waarom ik er vroeger nooit deel nam was de kermis van Oostakker. Ik moest telkens de zaterdag werken en nadien werd er al eens ééntje te veel gedronken. Geen ideale voorbereiding op een wedstrijd. Maar dit jaar wel een dag om te werken maar geen alcohol.

Zondagochtend, alles klaar zoals gewoonlijk en op weg naar de Kempen streek. De start was al om 11u dus ontbijten en weg waren we. We is Roger en ik. Mijn  trouwste supporter die al jaren aan de kant kijkt of alles goed verloopt.

Eerste vaststelling was het puike wisselpark en aankomstzone. Hier was ervaring zichtbaar. Tweede vaststelling was dat het zwemmen was zonder pak. Makkelijk bij de wissel maar toch zo geen voordeel voor mij. Maar geen ramp, we zijn hier om te genieten.

Starten doen we een stukje tegenstroom en dat heb ik geweten. Geen enkel moment kwam ik in een goed ritme en was genoodzaakt om meer schoolslag dan crawl te zwemmen. De boei die het keerpunt aanduidde kon niet snel genoeg naderen. Eens dat voorbij kon ik wat beter en geruster zwemmen. Na 27 minuten klom ik aan wal maar later bleek het zwemmen toch een stukje langer te zijn, in ieder geval kon ik niet tevreden zijn van mijn zwemmen.

Niet lang bij stil staan en de fiets op. Een snel fietsparcours was hier de aantrekking van Viersel. En inderdaad voor flyers die niet veel last hebben van wat tegenwind is dit ideaal. Ik zelf was eigenlijk ook wel tevreden, vooral over de stukken meewind. Ook de omgeving is een aanrader. Natuurschoon langs het water, de trainingsritjes langs de Schelde hebben me hier bij toch wat geholpen.

Twee rondjes gefietst en ondertussen is de temperatuur al wat opgelopen. De wisselzone in en met volle moed een warme 10 kilometer aanvatten. Wat keerpuntjes en een lege bevoorrading later loop ik na 2u42 over de meet. Een ervaring rijker en terug een wedstrijdje er bij. Of ik hier nog terug kom hangt af van de kalender in 2017. Na een jaartje of twee zonder Zwin kriebelt het toch ondanks te wat hoge inschrijving.

Na Viersel wachtte Damme. Na een lekke band vorig jaar was ik vast beraden er een goede wedstrijd van te maken. De weersomstandigheden zaten alvast mee. Geen regen, geen wind en een aangename temperatuur. Wat ook mee viel voor het zwemgedeelte. Aangezien de start al rond 10u30 is betekent dit dat vroeg aanzetten vanuit het nog stille Oostakker.

De rust is ook in Damme aanwezig. Aanmelden en alles klaar maken om een zes tal uurtjes te genieten van de polders. Bij het uithalen van het zwembrilletje stel ik vast dat ik het verkeerde heb mee genomen. Het brilletje ligt thuis en het zakje met de reserveglazen heb ik bij. Verd… , al goed dat ik wat reserve heb en ik beredder mij met een oud brilletje. Iets wat een voordeel is blijkt later.

Fiets op zijn plaats en alles installeren, telkens een momentje om aandachtig te zijn. Maar ook dat verloopt vlot. Er is al wat drukte in het boekendorp en we begeven ons naar de start. Twee kilometer wandelen langs de dijk waar we straks twee maal passeren tijdens de laatst proef.

De eerste start is voor de betere en de duatleten. Het is dan ook “The clash of titans”. Of wie haalt het eerst de finish, een triatleet of een duatleet. Na nog twee waves is het mijn beurt om het water in te gaan. Wat frisjes het eerste moment maar stukken beter dan vorig jaar. Knal, we zijn weg. Rustig mijn tempo zoeken en het gaat vlot. Het “oude” zwembrilletje is een meevaller. Geen enkele keer krijg ik water binnen en ook geen aanslag wat betekent dat ik netjes kan doorzwemmen. Na 47 minuten klim ik aan wal, het mocht wat minder zijn maar ik mag niet klagen na de mindere prestatie in Viersel.

Rustig wisselen en de fiets op. Nog geen halve ronde verder merk ik Peter op langs de kant. Lek en begonnen aan het vervangen van een bandje. Iets wat ik vorig jaar mocht vergeten, de buitenband had een te groot gat om verder te kunnen rijden. Fingers crossed dat ik er van gespaard blijf. Mijn bedoeling van het fietsen is een gemiddelde van 30 km/u en dat lukt redelijk. Ik wil wat over hebben tijdens het lopen en hoop stilletjes om binnen de 6 uur aan te komen. De 90 kilometer verlopen zonder problemen, eten (gelletjes) en drinken zoals het moet en we kunnen terug de wisselzone in voor de halva marathon aan te vangen. O ja, Peter is me ondertussen al terug voorbij gereden. Iets te snel geeft hij zelf toe en dat heeft zijn invloed gehad op zijn loopproef.

Eerst een plasstop en weg zijn we. De eerste kilometers verlopen vlotjes. Tot kilometer 12 kan ik de kilometertijd rond de 6 minuten houden en hoop zo stilletjes om net of dicht bij de 6 uur te finishen. Maar helaas de laatste 9 kilometer verlopen iets minder vlot. Het lusje die er extra bij is sinds dit jaar (om aan 21 km te geraken) vergt meer dan ik heb en heeft het gevolg dat ik slechts na 6u en 9 minuten bijna kapot over de meet loop.

Dit was één van de zwaarste inspanningen die ik al heb gedaan denk ik. Geen – 6 uur maar wel een goed gevoel. Het lopen kon beter maar ik doe het toch maar weer. Toch moet ik er wat van bekomen, honger en dorst zijn ver weg. Dus de gratis pasta maaltijd laat ik aan mij voorbij gaan. Inpakken en naar huis, tegen dan zal er een welverdiend trappistje wel in gaan. Ook de frietjes later laat ik me smaken.

Voor 2017 staat mijn doel al vast. Een halve onder de 6 uur. Waar weet ik nog niet maar Damme maakt veel kans.