Bosduatlon Lembeke 2017

19 organisaties en 18 deelnames. Ik denk dat ik één van de weinige ben met zo veel deelnames. In ieder geval ga ik door zo lang het lichaam het toe laat. 20 en verder tot er iets zegt: “Stop, het is genoeg geweest!” Maar zo ver zijn we nog niet. Ook al voel ik me soms niet altijd 100% ik weet dat ik het nog kan. De snelheden die ik de laatste tijd liep voorspelden niet veel goeds maar wonder boven wonder kon ik toch rap lopen. Maar wat heet rap. 12 km/u is voor mij rap en voor de eerste zal dit de opwarmsnelheid zijn.

Frisjes was het minste wat je kan zeggen, de temperaturen waren abnormaal hoog en we waren schandalig verwend. Deze week liep ik nog met enkel een korte broek en korte mouwtjes. Maar daar was verandering in gekomen. Rond de 12° en wat wind. Ideaal weer voor toch een najaarswedstrijdje.

110 deelnemers aan de start en vier TTA-ers. Pieter, Kurt, Sabine en ik zelf. Ook in die volgorde gingen we over de finishlijn.

De start is zoals gewoonlijk snel en ook ik ging goed vooruit. Vorige jaren werd ik in de achterhoede zelfs nog voorbij gestoken door tragere starters maar nu kon ik er enkele bijbenen. Een mentale opsteker en ook het feit dat mijn snelheid er nog was.

Twee rondjes en we konden de fiets op. Op de Polar V800 zag ik geen tijd en geen hartslag en hield het zo. Snelheid en afstand waren voldoende. Zo kon ik mezelf niet opjagen en bleef het een verassing aan het einde van de strijd.

Wat meedraaien met twee andere atleten en zo kwamen we al in de tweede van de drie te rijden rondjes. Dat is de meest nerveuze, je bent al onder stoom maar wordt voorbijgestoken (gedubbeld is zo een lelijke term) door de koplopers. Om mezelf en de snelle mannen het makkelijk te maken wijk ik uit om een peletonnetje van  8 man voorbij te laten. Een merci van de laatste van de groep doet deugd. Die laatste wint uiteindelijk de wedstrijd. Aan het eind van de tweede ronde komt er nog een groepje en ik wijk bijna de verkeerde kant uit.

Oef, de wisselzone voorbij en het laatste “kalme” rondje waar ik in mijn overmoed toch ergens bijna het decor in ga. Mijn volger (Emiel) vraagt meteen of alles ok is. Mooi is de bezorgdheid van hem. Op naar de laatste wissel. Maar enkele meters voor ik gedaan heb met fietsen zie ik iemand die blijkbaar gevallen is. Oei, hopelijk zonder erg.

Dat loopt vlot en Emiel loopt naast me. Emiel is ondanks zijn naam laat vermoeden een jonge kerel die ik achter mij kan laten.
Terug loop ik redelijk vlot de laatste anderhalve kilometer. Voor de aankomst ligt de gevallen deelnemer er nog steeds. Nu op zijn rug en hij wordt beademd en zijn borstkas gaat redelijk op en neer. Verdomme dat ziet er niet goed uit. Later blijkt dat het iets aan het hart was maar hij was bij bewustzijn toen hij naar het hospitaal werd gebracht. Laat ons hopen op een goede afloop. Toch iets wat me weer even doet stil staan bij het feit dat een medische check-up geen overbodige luxe is.

Terug een wedstrijdje bij op mijn toch al lange erelijst. Op naar 11 november voor de halve marathon in Aalter. Vorig jaar schreef ik hier dat 1u48 mogelijk moet zijn maar met de huidige conditie zal het eerder rond de 2 uur draaien. Maar misschien doe ik ook op 1 november al een halve marathon in Berlare. We zie nog wel.

Advertenties

Uitgeteld!

2017 moest een jaar worden van de halve . De halve van Damme stond in mijn planning met stip aangeduid om er een lap op te geven. Ondanks de werken in het zomerverlof zou het wel goed komen. Maar de knie sputterde wat tegen in juni en juli. Dus kwam de relatieve rust van pas. Maakte ik me zelf wat wijs of hoopte ik op een wonder. Vooral dat laatste vrees ik.

Maar als of het nog niet erg genoeg was kon er nog wat extra tegenwerking bij. Iets wat ik nooit had durven denken gebeurde. Twee mensen die heel diep in mijn hart zaten gingen uit elkaar. Ik denk dat ik nog nooit zoveel verdriet in mijn leven gehad heb dan met deze situatie. De onmacht, het onbegrip en de teleurstelling namen al mijn energie weg. Werken lukte nog al was het maar om bezig te zijn. Sporten was niet aan de orde. Sporten betekent genieten en genieten was nu wel iets wat ik niet kon. Ik liet het niet toe. Ook al wist ik dat het helend kon zijn. Even het hoofd leeg maken, aan niets anders denken. Toch duurde het enkele weken eer ik de moed had om de loopschoenen aan te trekken. Maar helen deed het niet, sommige stukken liep ik met tranen in mijn ogen. Ook op de fiets had ik het moeilijk.

We zijn nu al een tijdje verder maar ik sta geen stap verder. De zin om te sporten is er wel. Op aanraden van de dokter heb ik door gezet. Met resultaat voor de conditie. Maar in het kopje gaat het nog steeds niet. Hoe kan je alles achter laten wanneer je alles hebt. Op deze en andere vragen vind ik maar geen antwoord. Onbegrip maar vooral verdriet om de persoon die het meest is gekwetst. 

De hoop blijft maar wordt elke dag kleiner. Tot dan blijf ik uitgeteld.