Triatlonseizoen 2016 (deel 1)

Ondanks de wat haperende winter met wat (ouderdoms)kwaaltjes ben ik best tevreden van de eerste helft van het jaar. Na ons fietsweekend met TTA was ik klaar voor een wedstrijdje. Eerste wapenfeit werd de I-duatlon in Knokke. Voor de laatste keer dat het georganiseerd werd wou ik er bij zijn. Een pittige wedstrijd met jammer genoeg weinig deelnemers. Makkelijk voor mij, minder hinder en minder zenuwen om anderen te hinderen tijdens de moeilijkste punten in het fietsparcours. Her resultaat viel mee maar de snelheid zeker in het lopen zou beter moeten. Op naar het volgende, de havenloop van Gent. Aangezien het dicht bij de deur was leek het me het verstandigste om er al lopend naar toe te gaan. Opwarming en uitlopen waren zo meteen inbegrepen. Een massa-event is niet “my cup of tea” maar voor deze maak ik graag een uitzondering. Trouwens na de verstuikte voet van vorig jaar wou ik een kleine revanche. Geen super-uitslag maar toch haalde ik de finish binnen de twee uren. Tenslotte is dit enkel een voorbereiding op het komende seizoen. Een triatlonseizoen die wat in twee delen verdeeld wordt. Juni zou een piekmaand worden, de tweede piek moet september worden waar een tweede revanche wacht. Maar hier later meer over. Alvorens het seizoen echt van start te laten gaan was er eerst nog de jogging in Aalter. Dat moest een test worden voor het lopen, de snelheid moest daar uit de verf komen. De start is het moeilijkste, de massa voorbij geraken vergt wat aandacht om nergens je voet verkeerd te plaatsen. Daar had ik toch een dikke twee kilometer voor nodig. En dan kon ik aan de inhaalrace beginnen. Een race met een zeer goed resultaat. 8km in 38’30”, het was lang geleden dat ik dat kon. Een stevige opsteker voor de maand juni.

5 Juni L’eau d’heure

Een wedstrijd die ik al jaren wilde doen maar er was altijd wel iets wat me weerhield. Te ver, iets anders op de kalender of er wat schrik van hebben. Daarom dat ik vroeg ingeschreven was, gewoon om er voor te zorgen dat ik niet terug krabbelde. Een al bergachtige omgeving met klimmetjes van 9 a 10 %. Het BK wielrennen had daar ook plaats en stond als zwaar aangeschreven. Elke fietsronde telde 4 klimmetjes waaronder “Le petit Poggio”. Maar eerst het water in. Door de mindere temperaturen werd de afstand van 1,5 km terug geschroefd naar 1 km. Met 13° was dit geen slechte beslissing. En eens in het water was het al verkeerd, koud, koud en nog eens koud. Even kwam het in me op om terug aan wal te gaan. Daar was het warm, zwoel zelfs. Maar nee, ik was niet zo ver gereden om mijn lang verwachte triatlon te hervormen tot een kort pootje baden.
Eindelijk iedereen is in het water en we kunnen van start. Wat schoolslag om te positioneren en dan overschakelen op crawl. Oei, dat is minder, mijn voorhoofd verandert in een ijsblok, ik probeer nog eens maar er verandert niets, de koude is ondraaglijk. Dan maar verder in schoolslag. Me vooral niet opjagen en genieten van de frisse zwembeurt.
Eindelijk wal, 27 minuten! Veel te lang maar de omstandigheden zitten niet mee. Wisselen en vooral voorzichtig ons wetsuit uit doen. Bij het aantrekken had ik er een scheur in getrokken. Willen we nog veel wedstrijden doen dan zijn we best voorzichtig.
Fietsen dan, de brug over het mooie meer over en op weg naar 40 km klimmetjes en pijlsnelle afdalingen. Hoewel mijn klimmen tijdens het fietsweekend niet van een hoog niveau waren fietste ik toch aan een goed tempo de klimmetjes op. Le petit Poggio (what’s in a name) viel nog het beste mee. Dalen was dan terug zalig, topsnelheid die dag was 68,8 km/u. Drie rondjes aan vier klimmetjes, na twaalf beklimmingen mocht de fiets aan de kant. De zon was goed van de partij, hoe koud het water was hoe warm het er buiten was.
Lopen man, zo vlug als je kan, maar met wat hellingen in de benen gaat het toch niet zo vlot en vlug of je wil. Maar toch ik kon er enkelen passeren en de twee rondjes heen en weer langs de oevers van het meer gingen toch. 10,5 km binnen het uur. Ik mocht niet klagen. 3 uur en 9 minuten voor toch een al wat zwaardere wedstrijd, te vergelijken met de wedstrijd in Oudenaarde. Hopelijk herstel ik voor volgende week!

12 juni Beernem, clubkampioenschap TTA

Nadat ik beslist had om L’eau d’heure te doen zou ik Beernem niet doen. Maar toch hoe dichter de datum naderde was ik toch blij dat ik toch was ingeschreven. Geen lenteweer maar toch al warm zwemwater. 1000 meter in de Brugse vaart die redelijk vlot gingen ondanks de stevige regenbui waar de supporters meer last van hadden dan wij. Het nieuw wetsuit was ook een hulp. Het oude was echt versleten na bijna tien jaar trouwe dienst. Eens het water uit was de bui over, maar het fietsparcours lag er wel nat en gevaarlijk bij. Wat inhouden en we geraken er ook. Toch kon ik op de rechte stukken stevig door rijden. Drie rondjes goed voor bijna 43 km. De wegen waren droog bij aanvang van de tweede ronde en zo kon ik mijn gemiddelde snelheid redelijk hoog houden voor mijn normen. Na 1u15′ fietsen an een gemiddelde van 34 km/u mocht ik de loopschoenen aantrekken. Ook dat ging vlot, mijn Polar in het oog houden en proberen om net boven de 5 minuten per kilometer te lopen. Dan zou ik dik tevreden zijn. En aan de aankomst was ik het ook een eindtijd van 2u26, het lopen was wel maar een dikke 9 km maar toch, reken er nog 5 minuten bij en het was nog een sterke tijd voor mij. Op naar Eeklo, de zin is er!

26 juni, Eeklo of de raadselachtige genummerde bordjes!

Na Beernem zat er een weekend tussen die me de tijd moest geven om te herstellen van de twee voorgaande wedstrijden. Een etentje en een huwelijksfeest verstoorden de rust maar niet de conditie. Niet te veel doen tussendoor en de goede vorm behouden was het belangrijkste.
De weersomstandigheden zijn alles behalve zomers, een zomer die zeer traag op gang komt. Lage temperaturen en regenbuien die bij momenten hevig kunnen zijn. Tot daar de vooruitzichten op een wedstrijdje in het Meetjesland. Blijkbaar vinden ze hier boven dat je pas met een goed gespoeld wetsuit de Vaart van Eeklo in mag. Net na de briefing gaan de hemelsluizen nog eens stevig open. Eens in het water stopt de douche. Knal, met een schuin hoofdje schiet de burgemeester de Bouwpunttriatlon van 2016 op gang. Het water is zalig, niet koud en niet te nat, lol. Mijn 1000 meter gaan vlotjes voorbij, en na 20 minuutjes stap ik de kant op naar de fiets. We kunnen beginnen aan een tochtje van 40 km door het meetjesland. Aan de startzone van het zwemmen had ik een bordje met 6 zien staan, raar hier heb je toch nog geen 6 kilometer gefietst. Een mysterie die me nog wat zou bezig houden. Verderop plots al een getal in de 20. Oei de rekenlessen in Eeklo hebben nog wat bijscholing nodig. De wind leidde me wat af van de raadselachtige bordjes. Het wordt stampen en duwen om een deftige snelheid te houden. Twee rondjes langs mooie wegen en ondertussen wordt het me allemaal duidelijk. Het mysterie is opgelost. De bordjes zijn genummerde plaatsen voor de talloze seingevers die er voor moeten zorgen dat we veilig fietsen. Meteen stijgt het al grote respect voor de organisatoren. Een sterk staaltje van organisatie en ervaring. Ook respect voor de seingevers die hun vrije zondagmiddag opofferen voor onze veiligheid. Met deze filosofische gedachte begin ik aan het laatste gedeelte. 10 km verdeeld in drie rondjes door het industrieparkje. Het gaat vlot, drie ronden lang, buiten alle verwachtingen. Tevreden over mijn tijd (2u34) en zeer tevreden over mijn lopen.

Het eerste deel van 2016 zit er op. Aanstaande vrijdag start het tweede gefocust op het langere werk met als apotheose “Den Halve van Damme” op 17 september. Een revanche voor de lekke band van 2015 en proberen om de tijd van 2014 te evenaren of te verbeteren.
Voorbereidingswedstrijden zullen Gent (1/8ste) misschien worden en al zeker Viersel. Ook een wedstrijd die al enige tijd op mijn verlanglijstje staat. Hup met de beentjes!